Soetkin à la française

Bron: nl.wikipedia.org

Bron: nl.wikipedia.org

Soetkin Baptist. De naam doet wellicht een belletje rinkelen. Zij was de zangeres van Ishtar, de groep die in 2008 ons land vertegenwoordigde op het Eurovisiesongfestival in Belgrado met ‘O julissi’. Terwijl Één op dit moment een nieuwe Eurosongkandidaat selecteert, toert Soetkin langs enkele Vlaamse cultuurcentra met de voorstelling ‘Soetkin made in France’.

Mannen aan de macht

‘Soetkin made in France’ brengt een ode aan het Franse chanson samen met ensemble Polygone. Dat bestaat uit een piano, basgitaar, cello en drie violen. In twee delen brengt Soetkin een eigen bewerking – met dank aan violist en arrangeur Pascal Schmidt – van Franse chansons van uitsluitend mannelijke artiesten. Op enkele nummers na, die al eens van een vrouw mogen zijn en die het ensemble alleen brengt. Soetkin praat zelf alles aan elkaar en vertelt zowel wat meer over de zangers die ze covert als over de liederen die ze brengt.

Geen ordinaire coveravond

Ik moet eerlijk bekennen dat ik er nooit aan gedacht zou hebben om naar deze voorstelling te gaan. Maar een vriendin stelde het voor en op een culturele uitstap zeg ik nooit nee. En ik was ontzettend blij dat ik op haar verzoek ben ingegaan, want Soetkin heeft me verrast. Ik ben nooit zo’n fan geweest van Ishtar, maar in ‘Soetkin made in France’ bewijst Soetkin dat ze een fantastische zangeres is.

Het had immers een ordinaire coveravond kunnen zijn. Maar dat was het niet, integendeel. Soetkin brengt niet alleen een eigen bewerking maar ook een heel eigen interpretatie van enkele Franse chansons. Haar inleving is enorm en haar uitspraak onberispelijk. Dat heeft ze aan haar moeder te danken die – zo vertrouwt ze het publiek toe – een Waalse is en met wie ze als kind altijd Frans sprak.

De selectie van de chansons lijkt (is?) redelijk willekeurig. Iets van Charles Trenet (niet ‘Boum’ maar ‘L’âme des poètes’), Michel Polnareff, Michel Sardou en Jean Ferrat, maar ook van Brigitte Bardot en Edith Piaf.

Spontane Soetkin

soetkin baptiste2

Alleen is er een contrast tussen de spontane Soetkin, die op een intuïtieve manier haar tussenteksten brengt en heel dicht bij het publiek staat, en de ietwat stijve muzikanten. De cellist durfde al eens te lachen, maar de drie violisten waren opgeslorpt door hun concentratie. En dat is jammer, want Soetkin doet erg haar best om de Franse ambiance aan te wakkeren.

Maar dat neemt niet weg dat de voorstelling echt de moeite is, of het voor jou nu een eerste kennismaking met het Franse chanson is, of een ontdekking van nieuwe interpretaties. In elk geval is het fantastisch dat zoiets nog kan: een zangeres die begeleid wordt door 6 muzikanten met een tournee langs enkele cultuurcentra. Dat is mij absoluut 16 euro waard.

http://www.soetkinbaptist.be

Gezien op 7/03 in het cultuurcentrum van Mechelen.

Van ’t Hek is te gek

‘Wat gaat u doen met de rest van uw leven?’ Het is niet meteen een vraag die je verwacht van een cabaretier. Maar da’s nochtans de vraag die Youp van ’t Hek stelt aan het publiek vlak voor de pauze van zijn voorstelling ‘Wigwam’. Met de bedoeling dat je er als toeschouwer tijdens de pauze eens goed over nadenkt. Want tijdens je vakantie maak je goeie voornemens om het rustiger aan te doen, minder te werken… Maar zo’n 6 maanden na die vakantie verder blijft er van die goeie voornemens niet veel meer over.

Een lach en een traan

van ’t Heks nieuwe voorstelling is allesbehalve vrijblijvend. Door z’n leeftijd en levenservaring begint hij zichzelf vragen te stellen, die hij graag met het publiek deelt. Ongetwijfeld heeft de dood van een van zijn beste vrienden daar iets mee te maken, een onderwerp dat hij tijdens zijn show meermaals ter sprake brengt. Maar dat is ook wat zijn voorstelling zo sterk maakt: hij balanceert tussen een lach en een traan. En hij vindt het perfecte evenwicht. Het ene moment was ik aan het gieren van het lachen dat de tranen mij in de ogen stonden en niet veel later moest ik een traantje van ontroering wegpinken.

De eerste keer

Ik kan de voorstelling met niets vergelijken. Omdat ik – eerlijk toegegeven – voor ‘Wigwam’ nog niks van van ’t Hek gezien had. Maar mijn collega’s vertelden op zo’n enthousiaste manier over hem en zijn moppen en dat ik dat fenomeen eens zelf wilde meemaken. En toen hij ik in juni zag dat hij naar de Schouwburg van Leuven zou komen, heb ik niet getwijfeld. En ik moet zeggen: daar ben ik zo blij om. Als je ooit de kans krijgt om Youp live op de planken te zien, dan is dat absoluut de moeite waarde.

Wigwam

De wigwam is de rode draad in van ’t Heks nieuwste show. Hij belandt na zijn eigen housewarming op straat voor een avondwandeling. Tamelijk beschonken belt hij aan bij zijn vorig huis. De nieuwe eigenaar doet verrassend genoeg open en vertelt Youp dat hij na de verhuis nog iets van hem gevonden heeft. Een wigwam. De hereniging met het lievelingsspeelgoed uit zijn kinderjaren maakt hem lyrisch en doet hem verder rondzwerven in Amsterdam.

Aan deze rode draad knoopt van ’t Hek verschillende uitweidingen. Omzwervingen die in feite verhalen op zich zijn en ofwel in z’n geheel humoristisch zijn of opgebouwd zijn uit verschillende op zich staande grappen. Hij vertelt over de relatie met z’n vrouw, met wie hij ondertussen al 40 jaar samen is, over z’n vrienden, z’n nieuwe buren, z’n vriend die terminaal is… Je leert hem doorheen z’n verhalen en moppen kennen als een levensgenieter en deugniet, die zijn ervaringen en die van anderen kan relativeren en er de humor van inziet.

Hup Holland hup

van ’t Hek is een Nederlander, en dat hoor je natuurlijk. Of soms ook net niet, want ik heb hem niet altijd even goed verstaan. Maar hij past wel zijn voorstellingen aan als hij in België speelt. Typische Nederlandse referenties laat hij vallen of vervangt hij door Belgische varianten. Hoewel hij daar niet altijd even goed in slaagt. Tijdens de show in Leuven maakte hij een mop over KV Mechelen. De reactie van mijn vriend was meteen dat van ’t Hek waarschijnlijk niet weet dat ook Leuven een eersteklasse voetbalploeg heeft. Maar da’s natuurlijk een klein foutje. Ik had absoluut niet het gevoel dat zijn verhaal te Hollands was. Integendeel. Zijn humor is echt universeel.

Van zijn nieuwste show heb ik maar één fragment op het internet gevonden. Maar het geeft wel een goed beeld van van ’t Heks humor:

Je vindt ook heel wat (oudere) leuke fragmenten op zijn website:

http://www.youp.nl/archief/video

Gezien in de Schouwburg van Leuven op 29/01.

Pauline & Paulette zingen nu ook

In 2001 verscheen de film ‘Pauline & Paulette’, een film over vier zussen waarvan één een verstandelijke handicap heeft. Na de dood van hun ouders neemt de oudste zus, Martha, de zorg van Pauline op zich. Maar als Martha sterft, moet of Cécile of Paulette zich over Pauline ontfermen. En geen van beiden staat te trappelen om dat te doen, met heel wat geruzie tot gevolg. Een opvangtehuis lijkt dan ook een heel verleidelijke oplossing…

Judas TheaterProducties heeft zich door de film laten inspireren om een musical te maken: ‘Pauline & Paulette: een muzikale praline’. Daarmee is Judas TheaterProducties niet aan zijn proefstuk toe. Eerder maakte het muziektheatergezelschap al musicals van het theaterstuk ‘Les Feluettes’ (‘Lelies’) en van het leven van Josephine Baker (‘Josephine B.’ met Leki in de hoofdrol). Voor deze productie liet het gezelschap zich bijstaan door Dirk Brossé (‘Kuifje en de Zonnetempel’, ‘Daens’ en ‘Ben X’) voor de muziek  en Frank Van Laecke (‘Kuifje en de Zonnetempel’, ‘Daens’, ‘Ben X’ en binnenkort ook ‘1418’) voor de regio, scenario, liedteksten en decorontwerp.

Musical?

Het resultaat is een theatervoorstelling van zo’n 1,5 uur met af en toe een lied. Een ‘musical’ kan je de productie eigenlijk niet noemen. Judas TheaterProducties plakt er dan ook de ondertitel ‘muzikale praline’ onder. Geen personages die allemaal samen uitbarsten in een lied met bijhorende danspasjes. Het is een meer ingetogen voorstelling waarbij een personage zo nu en dan een lied zingt. Zonder échte musicalstem, wat wel jammer is, want met mooie(re) zangstemmen was de productie sterker geweest. Maar de cast bestaat dan ook voornamelijk uit acteurs met weinig of geen musicalervaring. En zelfs Dirk Brossé en Frank Van Laecke stellen deze keer teleur, want de liedjes staan te weinig op zichzelf (en lijken allemaal erg op elkaar) en de teksten zijn weinig poëtisch en staan bol van de clichés.

Pauline overtreft Paulette

Wel opvallend is de prestatie die Erna Palsterman als Pauline neerzet. Je gelooft haast dat ze echt een verstandelijke beperking heeft. Zingen doet ze niet, maar de manier waarop ze haar personage Pauline vertolkt, is lovenswaardig. Alleen jammer dat haar prestatie niet geëvenaard wordt door de andere acteurs. Want dat is een van de problemen van deze productie: door de soms wat magere acteerprestaties moet de voorstelling inboeten aan geloofwaardigheid. Daarbij komt dat de personages weinig diepgang kregen toegedicht en op sommige momenten vervallen in ‘typetjes’. Door de bijrollen (of het nu de notaris, beenhouwer of operettezanger is) krijg je bijna het gevoel dat je naar een aflevering van ‘F.C. De Kampioenen’ aan het kijken bent.

Humor op seniorenmaat

Misschien ben ik op het verkeerde moment gaan kijken, maar tijdens de voorstelling van 15u vanmiddag was de gemiddelde leeftijd van de toeschouwers in de zaal 70 jaar. En de humor leek precies op hen gericht. Want bij sommigen flauwe ‘moppen’  à la F.C. De Kampioenen waren zij wel degelijk aan het lachen. Maar ik kan me moeilijk voorstellen dat Judas TheaterProducties de voorstelling (alleen) voor dat publiek heeft gemaakt. Hoewel het wel het een en ’t ander zou verklaren. Niet alleen de flauwe moppen, maar ook het trage ritme van de voorstelling. En de wat statische opvatting van het decor, dat doorheen de voorstelling zo goed als niet verandert.

Zonder ziel

Maar het ergste vond ik dat het een voorstelling zonder ziel of ‘drive’ was. Ik probeer mij tijdens een avond theater of film telkens voor te stellen hoe ik zou reageren als ik plots de zaal zou moeten verlaten. Zou ik dat heel erg vinden of zou het einde me koud laten? In dit geval was ik zonder problemen de zaal uitgewandeld. Omdat ik de hele tijd met het gevoel zat dat het stuk nergens naartoe ging. En dat vind ik als toeschouwer geen fijn gevoel. Het verhaal ging te traag, de personages hadden een gebrek aan diepgang en het ontbrak de ‘musical’ aan muziek. Wat mij betreft is ‘Pauline & Paulette’ geen ‘muzikale praline’, maar eerder een rijstwafel. Niet slecht als tussendoortje, maar alleen als gedwongen alternatief voor een echte lekkernij.

Je kan de trailer bekijken via Vimeo http://vimeo.com/86098257

Toch benieuwd om de ‘muzikale praline’ zelf te ontdekken? ‘Pauline & Paulette’ toert langs verschillende theaters, culturele centra en schouwburgen. De speellijst vind je hier: http://www.judastheaterproducties.be/page34/page38/index.html.

Gezien in de Schouwburg van Leuven op 9/02.

9 om niet te vergeten in Boedapest

IMG_2755

Toen ik in de bibliotheek de Capitool reisgids over Boedapest had gevonden, was ik verrast dat die zoveel dunner was dan die over Rome. En een klein beetje ongerust ook. Zouden mijn vriend en ik wel vier volledige dagen kunnen vullen met die ietwat mysterieuze hoofdstad van Hongarije? Dat was uiteindelijk helemaal geen probleem.

1. De Staatsopera

IMG_2825

Ik heb in Boedapest twee magische momenten meegemaakt en één daarvan was in de Staatsopera. We hadden last minute tickets gekocht (zo’n kwartier op voorhand) voor de balletvoorstelling van die avond (‘Onegin’ van Tchaikovsky) en de zaal was betoverend mooi. De opera is blijkbaar nog altijd een van de beste qua akoestiek en mooiste opera’s ter wereld volgens verschillende rankings.

Als je niet zo’n opera- of balletliefhebber bent, kan je het operagebouw ook gewoon bezoeken. Er zijn elke dag rondleidingen in verschillende talen om 15u en 16u.

http://www.opera.hu/en

2. Opera in het Erkeltheater

Als je wél een operafan bent, dan is een avondje Erkeltheater ook een absolute aanrader. In tegenstelling tot het prachtige Staatsoperagebouw is het Erkeltheater een ‘gewone’ schouwburg zoals wij er hier hebben. Maar er worden fantastische opera’s uitgevoerd. Wij gingen naar ‘Turandot’ kijken met tweederangtickets en dat voor zo’n 23 euro voor twee personen!

http://opera.hu/en/erkel/

3. De baden

Een ander magisch moment heb ik beleefd in de Széchenyi-baden. Boedapest is echt gekend voor z’n ‘badcultuur’. Je vindt in de stad verschillende baden, die je kan vergelijken met de welnesscomplexen bij ons. Maar de ervaring is authentieker omdat je voelt hoe deze activiteit is ingebakken in het leven van de inwoners van Boedapest én omdat de architectuur en de inrichting van de badhuizen typisch Hongaars is. De kans is groot dat je langs een paar schakende Hongaren zwemt…

In de open lucht zwemmen in heerlijk warm water terwijl het eigenlijk vriest… Het is een speciale ervaring.

http://www.szechenyifurdo.hu/

4. De theehuizen

Net zoals de Boedapestenaren (of is het -nezen?) gek zijn op een uitje naar een badhuis, houden ze van thee. Je vindt in de stad verschillende theehuizen, waarvan wij er een ontdekt hebben. ‘Green Turtle’ heet het, en je kan er kiezen tussen meer dan 250 soorten thee. Om eerlijk te zijn was ik niet overdonderd door de thee die we gedronken hebben (‘Almond Mocassin’ en ‘Chocolate Strawberry’), maar de sfeer is er heel apart.

5.  Terror Háza / House of Terror

Veel minder gezellig is het in het ‘House of Terror’. Da’s een relatief nieuw museum over twee donkere periodes in de Hongaarse geschiedenis: de dictatuur van het nazisme en het communisme. De tentoonstellingsruimtes zijn prachtig ingericht met veel oog voor detail. Het museum is zelfs zo overtuigend dat ik er bijna ben buiten gelopen omdat ik het ontzettend benauwd kreeg… Het is dan ook ingericht in het gebouw dat heeft dienstgedaan als hoofdkwartier van achtereenvolgens de top van de Hongaarse nazi’s en de communistische staatspolitie.

http://www.terrorhaza.hu/en/index_2.html

Bedankt aan ‘Yet another blog’ voor de tip http://yab.be/reizen/budapest-2012/

6. De Dohánysynagoog

Volgens de Hongaren is de Dohánysynagoog de grootste synagoog van Europa. Het is een prachtig gebouw waarvoor 40 kilogram goud is gebruikt voor de versiering van de binnenkant. Je kan er bijna dagelijks om het halfuur een geleide tour volgen in verschillende talen. Op de site is er niet alleen de synagoog, maar zijn er ook verschillende herdenkingsmonumenten voor de slachtoffers van de Holocaust en twee kleine Joodse musea.

http://www.dohanystreetsynagogue.hu/

7. Museum voor Beeldende Kunsten

IMG_2693

Wij waren nog net op tijd om de tentoonstelling ‘Van Caravaggio tot Canaletto’ te bezoeken, die nog tot 16 februari 2014 loopt. Maar het museum organiseert vaker interessante tijdelijke expo’s. Bovendien is de permanente collectie ook de moeite, vooral het gedeelte over het oude Egypte. Je ziet er heel wat perfect bewaarde mummies.

http://www.szepmuveszeti.hu/main

8. Hongaarse Nationale Galerie

Bron: hu.wikipedia.org

Bron: hu.wikipedia.org ‘The Last Day of a Condemned Man’, 1869 – 1872

Voor we naar Boedapest gingen kenden we geen enkele Hongaarse kunstenaar. En dat is onterecht, zo bewijst de collectie in de Hongaarse Nationale Galerie. Er hangt alleen maar Hongaarse kunst én de tijdelijke tentoonstellingen zijn ook vaak aan een Hongaarse kunstenaar gewijd. De nationale trots Mihály Munkácsy heeft mij erg verrast.

http://www.mng.hu/en

9. Het Parlement

En uiteraard kan je ook een bezoek brengen aan het Parlement, hét gebouw dat het uitzicht van Boedapest bepaalt. Het gebouw is zo’n 268 meter lang, dus daar zou je wel een dag mee zoet kunnen zijn. Maar een geleid bezoek duurt maar ongeveer een halfuur en brengt je langs enkele van de belangrijkste ruimtes van het Parlement. Ook al is het erg kort in verhouding, de gids legt best veel uit en het interieur is uitzonderlijk mooi.

http://www.parlament.hu/angol/eng/leiras.htm

De Vlaamse Rafaël op bezoek in Leuven

‘De Vlaamse Rafaël’, da’s de ondertitel van de tentoonstelling in Museum M die je warm moet maken om de onbekende kunstenaar te leren kennen. Onbekend en ondergewaardeerd is hij volgens de organisatoren van de tentoonstelling in elk geval, ten onrechte vergeten geraakt tussen de Rafaëls en Rubensen van de voorbije eeuwen. ‘Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël’ is een kennismaking die ervoor zorgt dat de naam ‘Coxcie’ vanaf nu wel een belletje doet rinkelen.

Tussen Vlaamse Primitieven en Italiaanse Renaissance

Michiel Coxcie werd vermoedelijk geboren in Mechelen in 1499. Hij volgde een opleiding bij de Brusselse schilder Bernard Van Orley, maar trekt al snel naar Rome. Hij is de eerste Vlaamse kunstenaar die voor lange tijd in Italië verblijft. Naast de Vlaamse Primitieven wordt zijn werk dan ook beïnvloed door renaissancekunst en antieke kunst die hij in Italië leert kennen. Als hij na tien jaar terugkeert naar zijn geboortestreek schildert hij ‘De Heilige Maagschap’, een altaarstuk dat de Nederlanden laat kennismaken met de renaissance.

De Heilige Maagschap - Michiel Coxcie Bron: www.mleuven.be

De Heilige Maagschap – Michiel Coxcie Bron: http://www.mleuven.be

‘Maagschap’ betekent bloedverwantschap of familie en Coxcie beeldt op het schilderij dan ook de Heilige Familie af, met Jezus en Maria en tal van andere familieleden. Van de antieke kunst neemt hij het decor over, de zuilen komen zo uit het antieke Rome. Voor zijn Maria haalt hij inspiratie bij Leonardo Da Vinci en typisch voor de Vlaamse Primitieven is de aandacht voor details.

Religieuze inspiratie

Coxcie heeft veel religieuze personages en scènes op doek gebracht. En dat had niet alleen te maken met zijn eigen katholieke geloof. Te midden van de Contrareformatie en de Beeldenstorm – waardoor trouwens heel wat van Coxcies werken vernietigd werden – beschouwt Coxcie zichzelf als verdediger van het katholicisme. Hij maakt tot aan zijn dood grote altaarstukken.

Het pronkstuk van de tentoonstelling is misschien wel Coxcies kopie van ‘Het Lam Gods’ van de broers van Eyck. Filips II had zijn oog laten vallen op het doek, maar kon het origineel niet in handen krijgen. Daarom bestelde hij een kopie bij Coxcie. Coxie werkte twee jaar lang aan de twaalf verschillende panelen, die voor het eerst sinds de 19e eeuw weer samen te zien zijn.

'De aanbidding van het Lam' naar Jan en Hubert Van Eyck Bron: www.mleuven.be

‘De aanbidding van het Lam’ naar Jan en Hubert van Eyck Bron: http://www.mleuven.be

Meer dan schilder

Maar Michiel Coxcie is niet voor één gat te vangen. Hij maakt ook een reeks met erotische prenten over de vrijages van Jupiter en ontwerpt gravures, glasramen en tapijten.

Wandtapijt naar Michiel Coxcie Bron: www.mleuven.be

Wandtapijt naar Michiel Coxcie Bron: http://www.mleuven.be

De glasramen die Coxcie voor de Sint-Baafskathedraal in Gent heeft ontworpen zijn verloren gegaan, maar tot op vandaag kan je in de Sint-Michiels en Sint-Goedele kathedraal in Brussel vier immense glasramen naar het ontwerp van Cocxie ontdekken.

Glasraam met Maria van Hongarije en Lodewijk, naar het ontwerp van Michiel Coxcie Bron: www.mleuven.be

Glasraam met Maria van Hongarije en Lodewijk, naar het ontwerp van Michiel Coxcie Bron: http://www.mleuven.be

Kennismaking zonder meer

‘Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël’ is wat mij betreft geen beklijvende tentoonstelling. Maar als kennismaking met de kunstenaar kan de expo tellen, des te meer omdat het de eerste overzichtstentoonstelling is. In de zeven zalen krijg je dankzij de audiogids een chronologisch overzicht van zijn leven en oeuvre, met een historische contextualisering. Op zich gaat het niet om zoveel werken, maar het aantal is groot genoeg om de diversiteit van het oeuvre van Coxcie te kunnen inschatten.

Een bezoek aan de tentoonstelling – dat overigens niet meer dan zo’n 1,5 uur in beslag neemt – is zo perfect te combineren met een ontbijt of lunch in het M-café. Een gezellige plek waar je overigens misschien noodgedwongen belandt als je niet let op de openingsuren van M, dat elke dag pas om 11u opengaat. Het is dan ook niet slecht om er al tien minuten voor openingstijd naartoe te gaan, anders zou je wel eens moeten aanschuiven. Dat overkwam mij vanmorgen: een rij van wel vijftien mensen die slechts langzaam korter werd – door de trage en norse dames aan de kassa.

‘Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël’. Gezien op 19/01 in M Leuven. Nog tot en met 23 februari 2014. Tickets kosten € 12 (€ 10 kortingtarief), inclusief audiogids. Er is ook een audiogids voor kinderen, met de stemmen van Ketnetwrappers Niels en Sien.

Uitgebreide informatie over de tentoonstelling en het leven en werk van Michiel Coxcie vind je op de website van M Leuven http://www.mleuven.be/coxcie/home/tentoonstelling/.

Bespaar 400 euro per maand

Vanaf vandaag ligt de ‘Crisis Survivalgids’ van Saskia Scheerlinck in de winkel. Voor net geen twintig euro koop je een boek vol tips om redelijk gemakkelijk honderden euro’s te besparen, gemiddeld zo’n 400 euro per maand.

Van marketingmanager naar thuismama

Het zoveelste budgetboek? Toch niet. Ik heb even getwijfeld om het boek op deze blog te bespreken. Het is aan de ene kant natuurlijk een boek en boeken vallen doorgaans – abstract bekeken – onder de algemene noemer ‘cultuur’. Dat het boek vol tips staat om je budget beter te beheren en het dus eigenlijk eerder op een consumentenblog zou passen, was dan weer een tegenargument. Maar omdat het boek verder gaat dan oppervlakkige tips & tricks vond ik het wel relevant.

Saskia werkte tot voor enkele jaren als marketingverantwoordelijke voor een Belgische autobouwer. Ze klopte lange dagen en strikte (en bijgevolg stressy) deadlines waren dagelijkse kost. Tot ze zwanger werd. Ze besliste samen met haar man dat zij zou stoppen met werken. Hoewel niet haar man, maar zíj het meest verdiende. Ze moeten sindsdien rondkomen met één inkomen in plaats van twee. Saskia toont dan ook in haar boek hoe het ook anders kan, hoe je kan beslissen om uit de haastmaatschappij te stappen. Absoluut een ‘cultureel’ fenomeen dus;-).

Consuminderen en ‘declutteren’

De ‘Crisis Survivalgids’ is een pleidooi voor consuminderen, ‘declutteren’ (opruimen en wegdoen zeg maar) en bewust omgaan met de tijd en het budget die je hebt. Aan de hand van twaalf hoofdstukken loodst ze je door het jaar en vertelt ze hoe zij – en jij dus ook – maand per maand kan besparen. Op kledij bijvoorbeeld, door een ‘capsulegarderobe’ uit te bouwen, tweedehands te kopen en aan ‘swishing’ te doen (kleren met elkaar ruilen op basis van een puntensysteem, zie www.swishing.be). Of op reizen, door online prijzen te vergelijken, vluchten te boeken vanuit de voordeligste luchthavens en net na middernacht vliegtickets te kopen. En ja, zelfs op uitgaven voor je kinderen, door speelgoed en kleren tweedehands te kopen: via rommelmarkten, internetveilingen of zoekertjeswebsites.

Uitgeven om te besparen

Het is wel een contradictio in terminis: geld uitgeven voor een boek dat je (misschien?) zal helpen besparen. Maar ik denk wel dat je het geld terugverdient als je enkele tips in je leven introduceert. Waar het boek in elk geval in slaagt, is je doen nadenken over je uitgaven en consumptiepatroon. Alleen in dat opzicht al stelt het boek je huidige levensstijl in vraag. En als je na die confrontatie wil starten met besparen, dan is de eerste stap volgens Saskia heel duidelijk: een overzicht maken van al je uitgaven. Nadien kies je zoveel tips uit als je lief is. Uiteraard staan er heel wat ‘bekende’ tips in het boek, maar ook enkele die ik nog niet gehoord had: de ‘capsulegarderobe’ bijvoorbeeld en het ‘givekot’.

Het boek leest vlot en op het einde van elk hoofdstuk vind je een lijstje van de besproken tips. Saskia geeft ook heel duidelijk aan hoeveel zij op basis van die tips heeft kunnen besparen. Het blijft dus niet vaag, maar wordt net heel concreet dankzij haar eigen cijfers. Die kunnen dan ook enkel maar een stimulans zijn om zelf evenveel of zelfs meer te besparen. Maar, je moet wel opletten, want net zoals een crashdieet werkt een ‘crasbesparing’ niet, zoals Saskia uitlegt. Bij een crashdieet beland je misschien de derde dag al in het frietkot. Wel, als je plots te drastisch gaat besparen, ga je op dag drie misschien fanatiek shoppen. Stap per stap dus, euro voor euro.

‘Crisis Survivalgids’ van Saskia Scheerlinck, uitgegeven bij Manteau – WPG, richtprijs € 19,99. Meer informatie vind je via www.crisissurvivalgids.be. Er is ook een leuke Facebookpagina www.facebook.com/crisissurvivalgids.

Als je dit boek in de bibliotheek vindt, bespaar je natuurlijk al bijna 20 euro;-).