Belle-Vue bier? BELvue museum!

Ik heb mijn blog wat verwaarloosd. En als er – paradoxaal genoeg – een ‘boosdoener’ is, dan is het… cultuur. Dat lijkt misschien wat paradoxaal, op deze blog doe ik net het relaas van mijn culturele activiteiten, maar de voorbije weken was het zo druk dat ik geen tijd had om aan mijn computer te gaan zitten. Ik ben bezig met enkele spannende culturele projecten, waarover ik graag meer vertel.

BELvue Bende

Het BELvue museum is het museum van de Belgische geschiedenis en een centrum voor democratie op het Paleizenplein in Brussel. De huidige inrichting is wat verouderd en daarom wordt het museum tegen het voorjaar van 2016 helemaal opnieuw ingekleed. Maar een museum heruitvinden doe je niet zomaar. Daarom is BELvue op zoek gegaan naar 15 jongeren die mee willen werken aan het nieuwe concept. En ik ben heel trots dat ik daar een van ben.

Het BELvue museum heeft De Veerman aangesproken om een traject uit te werken  voor ons – de BELvue Bende, klinkt best stoer he. De Veerman is een organisatie uit Antwerpen die projecten aanbiedt die kunst en educatie samenbrengen. Het BELvue museum wil ons zo opleiden tot ‘museumdeskundigen’ zodat we een gefundeerde mening kunnen geven over het nieuwe museumconcept van het BELvue.

2 vliegen in 1 klap

IMG_3119IMG_3116

Als je nog nooit in het BELvue museum geweest bent, is het dus nu het moment. Er zijn in het museum twee parcours: in de zalen kom je meer te weten over de geschiedenis van België en in de gangen leer je 6 Belgische koningen beter kennen. Elke zaal weerspiegelt een bepaalde periode uit de geschiedenis van ons land, zo vertelt de eerste zaal over de onafhankelijkheid, is er een zaal per wereldoorlog, voel je je hippie in de zaal van de ‘Golden Sixties’…

Het museum is niet bepaald interactief – da’s absoluut een werkpuntje – maar je vindt wel uitgebreide informatie op de panelen. Voor scholen en kinderen (en kinderen met hun grootouders!) zijn er speciale interactieve kidsproof museumgidsen. En eerlijk, er is een heerlijk restaurant  waar je gerechten kan bestellen met kakelverse ingrediënten van de boerderij.

IMG_3135IMG_3143

Meer informatie?

http://www.belvue.be/nl

http://www.veerman.be/index.php

 

Advertenties

De Vlaamse Rafaël op bezoek in Leuven

‘De Vlaamse Rafaël’, da’s de ondertitel van de tentoonstelling in Museum M die je warm moet maken om de onbekende kunstenaar te leren kennen. Onbekend en ondergewaardeerd is hij volgens de organisatoren van de tentoonstelling in elk geval, ten onrechte vergeten geraakt tussen de Rafaëls en Rubensen van de voorbije eeuwen. ‘Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël’ is een kennismaking die ervoor zorgt dat de naam ‘Coxcie’ vanaf nu wel een belletje doet rinkelen.

Tussen Vlaamse Primitieven en Italiaanse Renaissance

Michiel Coxcie werd vermoedelijk geboren in Mechelen in 1499. Hij volgde een opleiding bij de Brusselse schilder Bernard Van Orley, maar trekt al snel naar Rome. Hij is de eerste Vlaamse kunstenaar die voor lange tijd in Italië verblijft. Naast de Vlaamse Primitieven wordt zijn werk dan ook beïnvloed door renaissancekunst en antieke kunst die hij in Italië leert kennen. Als hij na tien jaar terugkeert naar zijn geboortestreek schildert hij ‘De Heilige Maagschap’, een altaarstuk dat de Nederlanden laat kennismaken met de renaissance.

De Heilige Maagschap - Michiel Coxcie Bron: www.mleuven.be

De Heilige Maagschap – Michiel Coxcie Bron: http://www.mleuven.be

‘Maagschap’ betekent bloedverwantschap of familie en Coxcie beeldt op het schilderij dan ook de Heilige Familie af, met Jezus en Maria en tal van andere familieleden. Van de antieke kunst neemt hij het decor over, de zuilen komen zo uit het antieke Rome. Voor zijn Maria haalt hij inspiratie bij Leonardo Da Vinci en typisch voor de Vlaamse Primitieven is de aandacht voor details.

Religieuze inspiratie

Coxcie heeft veel religieuze personages en scènes op doek gebracht. En dat had niet alleen te maken met zijn eigen katholieke geloof. Te midden van de Contrareformatie en de Beeldenstorm – waardoor trouwens heel wat van Coxcies werken vernietigd werden – beschouwt Coxcie zichzelf als verdediger van het katholicisme. Hij maakt tot aan zijn dood grote altaarstukken.

Het pronkstuk van de tentoonstelling is misschien wel Coxcies kopie van ‘Het Lam Gods’ van de broers van Eyck. Filips II had zijn oog laten vallen op het doek, maar kon het origineel niet in handen krijgen. Daarom bestelde hij een kopie bij Coxcie. Coxie werkte twee jaar lang aan de twaalf verschillende panelen, die voor het eerst sinds de 19e eeuw weer samen te zien zijn.

'De aanbidding van het Lam' naar Jan en Hubert Van Eyck Bron: www.mleuven.be

‘De aanbidding van het Lam’ naar Jan en Hubert van Eyck Bron: http://www.mleuven.be

Meer dan schilder

Maar Michiel Coxcie is niet voor één gat te vangen. Hij maakt ook een reeks met erotische prenten over de vrijages van Jupiter en ontwerpt gravures, glasramen en tapijten.

Wandtapijt naar Michiel Coxcie Bron: www.mleuven.be

Wandtapijt naar Michiel Coxcie Bron: http://www.mleuven.be

De glasramen die Coxcie voor de Sint-Baafskathedraal in Gent heeft ontworpen zijn verloren gegaan, maar tot op vandaag kan je in de Sint-Michiels en Sint-Goedele kathedraal in Brussel vier immense glasramen naar het ontwerp van Cocxie ontdekken.

Glasraam met Maria van Hongarije en Lodewijk, naar het ontwerp van Michiel Coxcie Bron: www.mleuven.be

Glasraam met Maria van Hongarije en Lodewijk, naar het ontwerp van Michiel Coxcie Bron: http://www.mleuven.be

Kennismaking zonder meer

‘Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël’ is wat mij betreft geen beklijvende tentoonstelling. Maar als kennismaking met de kunstenaar kan de expo tellen, des te meer omdat het de eerste overzichtstentoonstelling is. In de zeven zalen krijg je dankzij de audiogids een chronologisch overzicht van zijn leven en oeuvre, met een historische contextualisering. Op zich gaat het niet om zoveel werken, maar het aantal is groot genoeg om de diversiteit van het oeuvre van Coxcie te kunnen inschatten.

Een bezoek aan de tentoonstelling – dat overigens niet meer dan zo’n 1,5 uur in beslag neemt – is zo perfect te combineren met een ontbijt of lunch in het M-café. Een gezellige plek waar je overigens misschien noodgedwongen belandt als je niet let op de openingsuren van M, dat elke dag pas om 11u opengaat. Het is dan ook niet slecht om er al tien minuten voor openingstijd naartoe te gaan, anders zou je wel eens moeten aanschuiven. Dat overkwam mij vanmorgen: een rij van wel vijftien mensen die slechts langzaam korter werd – door de trage en norse dames aan de kassa.

‘Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël’. Gezien op 19/01 in M Leuven. Nog tot en met 23 februari 2014. Tickets kosten € 12 (€ 10 kortingtarief), inclusief audiogids. Er is ook een audiogids voor kinderen, met de stemmen van Ketnetwrappers Niels en Sien.

Uitgebreide informatie over de tentoonstelling en het leven en werk van Michiel Coxcie vind je op de website van M Leuven http://www.mleuven.be/coxcie/home/tentoonstelling/.

Henry van de Velde: wie was dat ook al weer?

Henry van de Velde. Als je in een quiz zoals pakweg ‘De Slimste Mens’ de vraag zou krijgen wat je over die man weet, zou je dan kunnen antwoorden? Ik had in elk geval niet alle punten kunnen scoren voor ik de expo ‘Henry van de Velde: Passie. Functie. Schoonheid’ had gezien in het Jubelparkmuseum. Het was vandaag de laatste dag van de tentoonstelling, maar om jouw quizkennis over van de Velde bij te schaven deel ik graag de volgende weetjes aan de hand van tien foto’s.

1. Creatieve duizendpoot

Henry van de Velde was een kunstenaar, architect en interieurontwerper. Hij werd geboren in Antwerpen in 1863 en stierf in Zürich 1957. Tijdens zijn leven woonde van de Velde in België, Duitsland en Zwitserland.

2. Getrouwd met zijn zielsverwant

Henry trouwde met Maria Sèthe, een leerlinge van de schilder Theo Van Rysselberghe, die dit portret van haar maakte. Functionele schoonheid om zoveel mogelijk levenskwaliteit te kunnen creëren, dat was het levensmotto van Henry en Maria. Samen ontwierpen ze dameskledij en borduurwerk.

3. Eigenzinnige architect

van de Velde ontwierp verschillende woningen, zowel voor zijn eigen familie als voor klanten. Zijn eerste eigen woning ‘Bloemenwerf’ bouwde hij in Ukkel en was een totaalconcept. Hij ontwierp het van binnen naar buiten op maat van zijn familie. De villa stond vorig jaar nog te koop voor 2,45 miljoen euro.

4. Ontwerper van objecten

van de Velde legde zich ook toe op het ontwerpen van voorwerpen, zoals keramiek, porselein, lederwaren, meubels, verlichting, zilveren objecten… Hij leidde ambachtslieden en fabrikanten op zodat ze zijn ideeën konden realiseren.

5. Artistieke auteur

van de Velde maakte niet alleen ontwerpen van objecten, hij schreef ook over zijn opvatting van architectuur en design. Toen hij overleed had hij meer dan honderd essays en boeken op zijn naam staan en (het grootste deel van zijn) memoires. Hij heeft ook heel wat boekbanden ontworpen, waarbij hij veel aandacht schonk aan de typografie. ‘De lijn is een kracht’ was zijn stelregel als het op versiering aankwam. Hij hield van eenvoudig, abstract design.

6. Aan de wieg van ‘Bauhaus’

In 1902 stichtte van de Velde het Seminarie voor Kunstambachten in Weimar (Duitsland), waar hij op dat moment artistiek adviseur was. De school bood een professioneel programma waar ambachtslieden en fabrikanten konden leren schetsen, modelleren, boekbinden, tapijtknopen, weven, keramiek en metaal maken… van de Velde nam in 1914 ontslag als directeur, nadat er al lange tijd problemen waren met de financiering van het Seminarie. Hij duidde later in 1919 de jonge architect Walter Gropius aan als zijn opvolger. Het Seminarie ging opnieuw open, deze keer onder de naam Bauhaus. Henry van de Velde stond dus mee aan de wieg van deze designbeweging.

Bron: en.wikipedia.org

Bron: en.wikipedia.org

7. Stichter van een designschool in België

In 1926 werd in ons land het Hoger Instituut voor Decoratieve Kunsten opgericht. van de Velde was verantwoordelijk voor de leiding en de uitbouw van ‘de school van Ter Kameren’. Hij voerde het Bauhaussysteem in naar het model van Gropius’ school. De ‘École Nationale Supérieure des Arts Visuels de la Cambre’ is op dit moment een van de belangrijkste scholen voor design, nieuwe media en visuele kunsten in ons land.

Bron: personales.upv.es

Bron: personales.upv.es

8. Koninklijke opdrachten

Voor ons koningshuis ontwierp van de Velde de interieurs van de ferryboten Prins Boudewijn en Prins Albert en voor koning Leopold III een heus bureau (met voetverwarming) en antichambre.

9. Bedenker van de Boekentoren

De Boekentoren in Gent die deel uitmaakt van de universiteitsbibliotheek is ontworpen door van de Velde. Het gebouw opende al in 1937, hoewel de site pas in 1957 volledig klaar was (meer informatie over de Boekentoren vind je hier http://www.boekentoren.be/boekentoren_mod2.aspx?url=gebouw)

10. Belgisch visitekaartje

van de Velde tekende het Belgisch paviljoen voor de internationale tentoonstelling in Parijs in 1937 en de wereldtentoonstelling in New York in 1939.

Bron: www.bellsforpeace.org

Voor meer informatie over Henry Van de Velde kan je terecht op de website van Cobra, waar een zeer uitgebreide pagina met veel extra’s aan Van de Velde gewijd is http://www.cobra.be/cm/cobra/nog/nog-architectuur/130403-sa-henryvandevelde150

‘Henry van de Velde: Passie. Functie. Schoonheid’, gezien op 12/01 in het Jubelparkmuseum in Brussel http://www.kmkg-mrah.be/nl/expositions/henry-van-de-velde

Meer dan kleurrijke soepblikken en bloemen

Wie kent Andy Warhol en zijn typische kleurrijke kunst niet? We hebben allemaal zijn soepblikken, bloemen en Marilyn Monroes al wel eens ergens gezien. Pop-art heet die kunst. Veel meer dan dat kon ik ook niet over Warhol vertellen voor ik de expo ‘Andy Warhol: Life, Death and Beauty’ in het BAM (Beaux-Arts Mons) had gezien. Maar de overzichtstentoonstelling laat zien dat Warhols werk meer is dan bloemen en soepblikken en biedt een interessant inzicht in zijn opvattingen als kunstenaar.

Leven

Warhol werd geboren in 1928 in Pittsburgh (Pennsylvania) als Andrew Warhola. Zijn ouders waren twee Tsjechische immigranten. Hij studeert toegepaste kunst aan het Carnegie Institute of Technology en verhuist na zijn studies als 21-jarige jongeman naar New York. Daar maakt hij al snel carrière als grafisch ontwerper voor populaire tijdschriften als ‘Vogue’ en ‘The New Yorker’. In de jaren ’50 ontwerpt hij reclameposters, waarmee hij verschillende prijzen wint. In die periode beslist hij om zijn naam in te korten tot ‘Warhol’. In 1952 opent hij zijn eerste solotentoonstelling ‘Fifteen Drawings Based on the Writings of Truman Capote’. Vanaf dan tot aan zijn dood in 1987 nemen zowel zijn werk als zijn bekendheid als kunstenaar exponentieel toe.

Techniek

Bron: en.wikipedia.org

Bron: en.wikipedia.org

De techniek die kenmerkend is voor het werk van Warhol is de zeefdruk. Warhol nam zwart-witfoto’s die hij via zeefdruk op doek aanbracht en ze dan met felle kleuren beschilderde. Zeefdruk is een ‘druktechniek waarbij drukinkt door een fijnmazige zijden of nylon zeef op papier wordt geperst. Dit wordt gedaan nadat tussen zeef en papier een sjabloon is geplaatst of de zeef met was is betekend op de plaatsen waar er geen inkt doorheen mag komen’ (‘Het Nieuw Cultureel Woordenboek’, 2003, Anthos, p. 260). De foto’s die als basis voor Warhols kunstwerken dienden waren meestal heel bekende foto’s die al vaak in de media waren verschenen. Warhol gaf er een nieuwe interpretatie aan.

Tentoonstelling

De expo bestaat uit zo’n 150 werken die thematisch verdeeld zijn over een tiental zalen. In de eerste zaal hangen enkele ‘Self-portraits’ van Warhol, die een ontzettend bleke huid had. Zijn haar was al grijs toen hij vijfentwintig was, want hij liet het zelf in die kleur verven. Hij zou het fijn gevonden hebben om te horen van anderen dat hij er nog jong uitzag voor zijn leeftijd.

De tweede zaal heeft als thema religie, die verrassend genoeg een grote rol heeft gespeeld in het werk van Warhol. Hij heeft verschillende eigen interpretaties gemaakt van ‘Het Laatste Avondmaal’ van Leonardo da Vinci. Warhol zou volgens een vriend een ‘geheime vroomheid’ gekoesterd hebben en Warhols interesse in geld, roem en glamour zou slechts oppervlakkig en schijnbaar geweest zijn.

Maar in de tentoonstelling kom je ook enkele wereldbekende werken van Warhol tegen. Zijn ‘Flowers’ bijvoorbeeld, die echter niet zo’n vrijblijvende kleurrijke voorstelling zijn als je misschien zou denken. Volgens een van Warhols assistenten gaat de ‘Flowers’-serie over het leven en de dood. De zwart(gallig)e achtergrond van de bloemen staat in contrast met de felle kleuren op de voorgrond. Kleuren die gedoemd zijn om te verdwijnen, daar bloemen een korte levensduur hebben en voorbestemd zijn om te verwelken. Puur symbool van vergankelijkheid, een enorm belangrijk thema in het werk van Warhol.

Ook Jackie Kennedy en Marilyn Monroe vind je terug in de expo. Maar ook achter deze beroemde werken schuilt een diepere betekenis. Jackie Kennedy bijvoorbeeld werd na de dood van haar man in 1964 ontzettend veel afgebeeld in kranten en op televisie, zonder dat journalisten rekening hielden met haar verdriet. Warhol heeft enkele van deze beelden verzameld en probeert in zijn werken de rouwende echtgenote op een respectvolle manier de ruimte te geven die ze nodig heeft.

Bezoekersgids

Wat ik in deze blogpost vertel is grotendeels gebaseerd op de bezoekersgids, een (gratis) boekje dat al de teksten van de infopanelen in de tentoonstelling bundelt. De informatie is best uitgebreid, alleen is de manier waarop die aan het (Nederlandstalige) publiek wordt overgedragen bijna schandalig. Niet alleen staan er in de teksten drukfouten, maar bovendien gaat het allesbehalve om helder taalgebruik. De vertaler (of schrijver wiens moedertaal duidelijk niet het Nederlands is) gebruikt grammaticale constructies die in het dagelijkse Nederlands niet voorkomen, heel wat jargon of voor een breed publiek onbegrijpelijke termen en uitdrukkingen die me kippenvel bezorgen. Om enkele voorbeelden te geven:

– ‘In 1987 werd Andy Warhol onstoffelijk.’ ==> Warhol overleed dus met andere woorden.

– ‘Onvermijdelijk wordt hiermee verwezen naar de onveranderlijkheid en de absolute afwezigheid van diepte in de Byzantijnse iconen die de kunstenaar, als geünieerd katholiek van Orthodoxe obediëntie, als kind heeft kunnen aanschouwen in de iconostase van de Sint-Chrysostomoskerk in Pittsburgh. Deze beeldenwand, waaraan de gewijde beelden waren opgehangen, vormt in de kerk het scheidingselement tussen het presbyterium en de ruimte gereserveerd voor de gelovigen.’ ==> Benieuwd welk doelpubliek de auteur bij het schrijven van deze twee (lange!) zinnen in gedachten had?!

– ‘Maar zelfs vereenvoudigd, ingekleurd en op het doek voorgesteld als eenheid of als multiple, behoudt het symbool niettemin zijn verwijzende kracht en roept het nu eens het geloof op, dan weer de idee van rouw en dood of nog, als verzameling afgebeeld, een kerkhof.’ ==> (on)voltooide deelwoorden zijn een must, en liefst zoveel mogelijk

Een uitstap waard!

Ondanks de bezoekersgids en infopanelen die voor verbetering vatbaar zijn, is de tentoonstelling absoluut een bezoek waard! Je leert Warhol en zijn werk beter kennen en komt meer te weten over de ideeën die achter zijn kunstwerken schuilen. Bovendien bevat de expo zo’n 150 werken, wat best een grote verzameling is, die bovendien speciaal voor deze expo is samengebracht. Komende zondag 5 januari 2014 is de inkom trouwens gratis. Een rechtstreekse treinrit vanuit Brussel brengt je op een klein uur naar Bergen, en het BAM is op 10 minuten wandelen van het station.

De tentoonstelling ‘Andy Warhol: Life, Death and Beauty’ loopt nog tot 19 januari 2014. Je vindt meer informatie via http://www.bam.mons.be/events/andy-warhol-life-death-and-beauty.

Opmerking: de afbeeldingen die in deze blogpost gebruikt zijn, heb ik gevonden op het internet. Vermits ik geen foto’s mocht trekken in de tentoonstelling heb ik foto’s van gelijkaardige werken gezocht.

Maak kennis met India

Sinds 4 oktober loopt Europalia India, dat is de 24e editie van Europalia International, een internationaal kunstenfestival. Tot 26 januari zijn er in het hele land (en ook in enkele steden in Nederland) culturele activiteiten om India in al zijn facetten beter te leren kennen. Het programma is heel divers: tentoonstellingen, dans- en muziekoptredens, filmvoorstellingen, lezingen over literatuur… Ik ben naar de twee tentoonstellingen gegaan die centraal staan in het festival: ‘India Belichaamd’ en ‘Indomania’.

India Belichaamd

Europalia India 2

De titel van de tentoonstelling spreekt eigenlijk voor zich. Al de objecten die verzameld zijn geven een idee van de manier waarop het lichaam in de brede zin van het woord in India wordt voorgesteld. Boeddha krijgt in beelden bijvoorbeeld vaak enkel gestalte als voetafdrukken. Wij zouden daarentegen vreemd opkijken als we in een kerk een beeld van de voeten van Jezus zouden zien. Maar er is meer dan alleen maar sculpturen. Ook schilderijen, tapijten, juwelen… zijn allemaal in de tentoonstelling opgenomen. En door de kijk van hun kunstenaars op de dingen leer je veel over de Indische cultuur. Dat in India de belangrijkste religies het boeddhisme, het hindoeïsme en het jaïnisme zijn bijvoorbeeld. En dat er ruwweg zo’n 33 miljoen goden zijn voor een Indiër.

Maar jammer genoeg blijft de achtergrondinformatie ontzettend beperkt. Er zijn bijna geen infopanelen en de audiogids is heel summier. Om een voorbeeld te geven: er is een audiogids voor kinderen (die je herkent aan de nummers met de twee kleine voetjes ernaast) en enkel daar krijg je uitleg over de drie belangrijkste goden van het hindoeïsme. Ik weet niet hoe het met jouw India-kennis gesteld is, maar ik was blij (tenminste even als opfrissing) te horen dat dat Brahma, Vishnu en Shiva zijn. De organisatoren van de tentoonstelling veronderstellen dus behoorlijk wat voorkennis. Het helpt wel als je vooraf op z’n minst even de Wikipedia-pagina over India doorneemt en misschien wat extra informatie. Wat het doel van om het even welke tentoonstelling en deze in het bijzonder toch wel op z’n kop zet. Want zo’n programma als Europalia International is toch bedoeld als kennismaking?

Om jou alvast genoeg voor te bereiden: Brahma is de god die de wereld heeft gebouwd; Vishnu beschermt alles en iedereen en als de wereld in gevaar is, daalt hij af naar de aarde; Shiva is de god van de vernietiging, maar tegelijkertijd van de vernieuwing.

Indomania

Hoewel het misschien logisch lijkt om de twee expo’s na elkaar te doen (je kan ook een combiticket kopen), is de combinatie niet van de poes. Voor ‘India Belichaamd’ heb je toch al snel een kleine 2 uur nodig. Je kan wel altijd een pauze nemen met een lunch bijvoorbeeld. Maar dat heb ik niet gedaan, en dat was achteraf gezien misschien niet zo’n goeie beslissing. Want het is veel en ‘Indomania’ vraagt misschien nog meer je aandacht dan ‘India Belichaamd’. Want waar ‘India Belichaamd’ je direct confronteert met objecten uit India, gaat het in ‘Indomania’ om de invloed van India in de westerse kunst en cultuur. De expo begint in feite met het begin van de kruisbestuiving: de handelsroute van Vasco da Gama.

De eerste voorstellingen van India in het westen zijn terug te vinden in reisverslagen, waarin het land geassocieerd wordt met monsters (de manier waarop Indiërs hun goden verbeelden) en luxe (door het textiel en de specerijen, die ook al snel van daaruit worden ingevoerd). Maar ook de missionarissen spelen een grote rol in de interculturaliteit. Ze nemen tekeningen en schilderijen van Jezus Christus mee, die de Indiërs vertrouwd maken met de westerse kunst. Daarna wordt de wisselwerking alleen maar groter, tot de Beatles toe, zoals de ondertitel ‘van Rembrandt tot de Beatles’ graag benadrukt.

De uitleg in ‘Indomania’ is veel uitgebreider dan in ‘India Belichaamd’, maar door de thematiek blijft ‘India Belichaamd’ een meer toegankelijke tentoonstelling. Je moet al wat kunstminnend zijn om je gading te vinden in ‘Indomania’. Als je de twee tentoonstellingen toch wil combineren, zou ik starten met ‘Indomania’. Precies omdat de andere tentoonstelling wat lichter is. Het is wel een kleine investering, want voor een combiticket betaal je € 23 (inclusief 2 audiogidsen). Maar het is de moeite waard om een zondag aan te besteden.

Gezien op 8/12 in BOZAR in Brussel.

Je kan het programma van Europalia India online raadplegen en gratis bestellen via de website http://www.europalia.eu/nl/home/home_82.html .

Over het water lonkt een nieuw leven

De scheepvaartmaatschappij Red Star Line bracht tussen 1873 en 1934 bijna 2 miljoen mensen vanuit Antwerpen over het water naar de Verenigde Staten. Allemaal op zoek naar een nieuw leven, the American dream. Het zijn niet alleen Belgen, maar de emigranten komen vanuit heel Europa, vooral Duitsland en Oost-Europa. Hun redenen zijn divers: de landbouwcrisis, de opkomst van het nazisme…

Hoewel de affiches de overtocht romantiseren, was de reis voor de gewone man allesbehalve een pretje. Want die bestond uit verschillende etappes: de treinreis naar Antwerpen, de medische controles voor het vertrek, de boottocht van zo’n 14 dagen naar New York of Philadelphia, de medische controles ter plekke en tot slot de reis naar de eindbestemming.

De Verenigde Staten wilden niet dat de emigranten besmettelijke ziektes uit Europa zouden meebrengen, dus organiseerden ze voor derdeklassepassagiers strenge medische controles. Wie geen goede gezondheid had en niet in staat was om te werken, werd resoluut teruggestuurd. Op kosten van de Red Star Line. Om die reden voerde de rederij ook in Antwerpen medische en hygiënische controles in. Maar de Amerikaanse artsen waren soms uitermate streng. Het gebeurde dan ook dat gezinnen voor de verscheurende keuze kwamen te staan met z’n allen naar Europa terug te keren of het zieke familielid alleen terug te laten gaan.

Ook de dagen en nachten die derdeklassepassagiers op de schepen van de Red Star Line moesten doorbrengen, waren niet bepaald aangenaam. De reizigers moesten op matrassen van stro in smalle stapelbedden slapen en het was een strijd om genoeg eten te bemachtigen. Treffend is het korte getuigenis van Golda Meir, een Russische emigrante en Israëlische staatsvrouw: ‘Het was geen plezierreisje. We brachten de nachten door in bedden zonder lakens. Het grootste deel van de dag stonden we in de rij te wachten op eten dat werd opgeschept alsof we vee waren.’

Vanaf de jaren 1920 waren er minder emigranten die de oversteek waagden, omdat de Amerikaanse regering immigratiebeperkingen oplegde. De Red Star Line probeerde die terugval te compenseren met het organiseren van luxecruises en reizen voor toeristen, maar dat mocht niet baten. In 1934 gaat de scheepvaartmaatschappij failliet.

In het Red Star Line museum – dat in de oorspronkelijke gebouwen van de rederij is gehuisvest – wordt het verhaal van de emigratie naar Amerika chronologisch verteld. Je stapt als bezoeker mee in het verhaal van de miljoenen landverhuizers die alles achterlieten met de hoop op een beter leven. Je komt meer te weten over emigratie door de eeuwen heen, over het ontstaan van de Red Star Line en over de redenen om een oversteek te plannen, je ondergaat de medische en hygiënische controles voor het vertrek, je gaat aan boord van een van de schepen, je meert aan en wordt geconfronteerd met de realiteit van het leven van een emigrant… Verhalen staan centraal in het museum.

Niet alleen de structuur is opgebouwd rond het verhaal van de landverhuizers, heel veel emigranten vertellen ook zelf hun verhaal. Aan de hand van filmpjes, getuigenissen, brieven, foto’s, documenten, gebruiksvoorwerpen… duik je als bezoeker mee in de dromen van tientallen reizigers. Dat is absoluut een van de sterktes van het museum: het materiaal is ontzettend rijk. Naast het oog voor detail waarmee de tentoonstelling is afgewerkt en de mooie inrichting. Een bezoek is een totaalervaring.

Het is dan ook volledig terecht dat er een beperking van 90 bezoekers per halfuur is ingevoerd. Op drukke momenten is het zelfs dan even aanschuiven bij een van de filmvertoningen of drummen aan de kleine schermpjes met getuigenissen. Reserveren is dan ook een must.

Of er dan niets aan te merken valt op het gloednieuwe museum? Toch wel. Het is jammer dat er weinig aandacht wordt besteed aan de redenen van emigratie. Hoewel de landbouwcrisis en de opkomst van het nazisme in interviews en getuigenissen worden vermeld, wordt er in verhouding te weinig bij stilgestaan. Terwijl je in de eerste zaal wel in vogelvlucht de geschiedenis van migratie van vroeger tot nu voorgeschoteld krijgt. Relevanter was het misschien geweest om de context van Europa aan het einde van de 19e eeuw te schetsen. En dat in drie talen, of op z’n minst twee. Want eerlijk, ik denk dat het museum een kans heeft gemist door de teksten enkel en alleen in het Nederlands te tonen. Je kan uiteraard wel zaalteksten krijgen in het Engels, Frans en Duits, op papier of op je smartphone, maar dan vervalt je museumbezoek al snel in een leessessie. En nog een detail: doorheen de tentoonstelling wordt het woord ‘rederij’ gebruikt. Waarom werd er niet gekozen voor of afgewisseld met het toegankelijkere ‘scheepvaartmaatschappij’?

Maar hoe dan ook: een bezoek aan het Red Star Line Museum is een absolute aanrader. Als je met de trein gaat en aankomt in Antwerpen-Centraal, neemt de Red Star Line app je mee langs de weg die de emigranten tot aan de Rijnkaai aflegden. Een app die ik zelf gemist heb door een gebrek aan reclame, maar bij deze🙂. Je enthousiasme over het museum kan je nadien ook kanaliseren in de shop, met een keuze uit drie gidsen/catalogi, posters van de Red Star Line, juwelen met de kenmerkende rode ster en andere memorabilia. In tegenstelling tot de broodjes (€ 7,50) en stukken taart (wortel- of chocolade, € 5,50) uit het cafetaria zijn die wél redelijk van prijs.

foto(1) foto(2) foto(3) foto(4)

Bezocht op 17/11. http://www.redstarline.be/nl/bezoek