WOI vanop de eerste rij

Wie aan musical denkt, denkt meteen aan breed glimlachende acteurs die op de meest onverwachte momenten in zingen uitbarsten en hun melodieuze bekentenissen kracht bijzetten met galante danspasjes. Niet meteen een genre dat je associeert met oorlog dus. Toch ging Studio 100 de uitdaging aan om – niet toevallig in hét herdenkingsjaar – een musical te maken over de Eerste Wereldoorlog. En niet zomaar een musical, een ‘spektakelmusical’.

Komt dat zien

’14-18′ is gepromoot als een spektakelmusical. En hoewel er in de promotie van een evenement al eens wat overdreven wordt om toch maar zoveel mogelijk toeschouwers te lokken, houdt Studio 100 zijn belofte. ’14-18′ ís spektakel. Een rijdende publiekstribune, mobiele decorstukken die in enkele minuten worden omgetoverd van een veldhospitaal tot loopgraven, een ‘levend’ decor met wiegende klaprozen, paarden met koetsen die over de scène galopperen… Je hebt als toeschouwer soms echt het gevoel dat je terug in de tijd bent gekatapulteerd en de Eerste Wereldoorlog vanop de eerste rij meemaakt.

Maar het spektakel gaat wat ten koste van het verhaal. Dat wordt bijvoorbeeld heel duidelijk bij de decorwissels. De tribune en de decorstukken zijn mobiel, maar wissels vragen wel wat tijd. En het is door die trage overgangen dat het verhaal stokt en het ritme vertraagt. Van de ‘rijdende’ publiekstribune moet je je ook niet te veel voorstellen: het is een tribune die af en toe enkele meters naar voor en naar achter schuift. Wat best wel veel lawaai maakt, waardoor de acteurs minder verstaanbaar zijn.

Gebrek aan geloofwaardigheid

Het is nochtans een straffe cast. Studio 100 heeft zijn grote namen uit de kast gehaald: Jelle Cleymans neemt de hoofdrol voor zijn rekening, bijgestaan door Free Souffriau en Louis Talpe die zijn vrouw en beste vriend spelen. En ook andere BV’s staan op het podium: Jonas Van Geel, Bert Verbeke, Maaike Cafmeyer, Jo De Meyere en Peter Van de Velde. Die bekende namen doen ongetwijfeld hun werk bij de ticketverkoop, maar dragen niet altijd bij tot de geloofwaardigheid en authenticiteit van het verhaal.

Vooral Jelle Cleymans heeft moeite om zich na zijn rollen als Robin Hood en Jens in ‘Thuis’ in te leven als soldaat in oorlogsperiode. Dat Bert Verbeke – zijn collega uit de populaire soap op één – in de musical een van zijn beste vrienden is, houdt dat ‘Thuis’-gehalte zeker in het begin erg hoog. Dat de enorme zaal en de relatief grote afstand tot het publiek daartoe bijdraagt, zou me niet verbazen. De Nekkerhal is immers immens en in tegenstelling tot een cultuurcentrum of schouwburg waar het publiek doorgaans ‘verticaal’ voor de acteurs zit, is de publiekstribune tientallen meters diep. De acteurs lijken moeite te hebben om in de mensenmassa een houvast te vinden. De schermen waarop het publiek close-ups van de acteurs kan zien brengen weinig soelaas. Integendeel.

Maar het ligt niet alleen aan de acteurs dat het verhaal op de oppervlakte blijft zweven. Er is te weinig diepgang. De makers hebben in zo’n anderhalf uur 4 jaar oorlog willen vatten, mét alle mogelijke kleine verhaallijnen: de tol van de oorlog, het gemis op het thuisfront, vriendschap, desertie, liefde voor de vijand… Precies omdat er op een heel korte tijd enorm veel verteld moet worden, blijven de personages vlak en krijgen de acteurs niet de kans om hun personage (geloofwaardig) emotioneel te laten evolueren.

Geld waard?

Maar ’14-18′ is niet slecht. Ik vrees dat Studio 100 door de doorgedreven promotiecampagne gewoon (te) hoge verwachtingen heeft gecreëerd. Die hebben er bij mij in elk geval voor gezorgd dat ik een tikkeltje teleurgesteld de zaal ben uitgegaan. Ik had een ‘wauw-effect’ verwacht, maar dat is uitgebleven.

Hoe dan ook: ’14-18′ is en blijft een entertainende musical die heel wat in z’n mars heeft: spektakel, een knap decor, een straffe cast, mooie stemmen en muziek van Dirk Brossé, géén onbekende in de musicalwereld (hoewel de liedjesteksten heel vaak heel gekunsteld klinken)…Maar als je van plan bent om te gaan, zou ik je verwachtingen wat bijstellen. Dan kunnen ze alleen maar overtroffen worden.

’14-18′ gezien op 19 mei 2014 om 17u. De musical loopt nog zeker tot 13 juli 2014 in de Nekkerhal in Mechelen.

http://www.1418.nu/

Dit is de spot die je misschien al op tv hebt gezien:

En een filmpje met interviews met de makers van de musical vind je hier:

Een ticket voor ’14-18′ is allesbehalve goedkoop. Tickets kosten € 44,95 – € 54,95 en € 64,95, exclusief een tiental euro voor de reservatie en levering. En ook de parking kost je geld, tenzij je aan de overkant – gratis – op de parking van De Nekker of Utopolis gaat staan natuurlijk;-).

Of je met de auto of het openbaar vervoer gaat, je houdt er best rekening mee dat de voorstelling kan uitlopen. Er werden in totaal al drie voorstellingen door een ‘technische storing’ onderbroken, gedurende 10 tot 45 minuten…

Pauline & Paulette zingen nu ook

In 2001 verscheen de film ‘Pauline & Paulette’, een film over vier zussen waarvan één een verstandelijke handicap heeft. Na de dood van hun ouders neemt de oudste zus, Martha, de zorg van Pauline op zich. Maar als Martha sterft, moet of Cécile of Paulette zich over Pauline ontfermen. En geen van beiden staat te trappelen om dat te doen, met heel wat geruzie tot gevolg. Een opvangtehuis lijkt dan ook een heel verleidelijke oplossing…

Judas TheaterProducties heeft zich door de film laten inspireren om een musical te maken: ‘Pauline & Paulette: een muzikale praline’. Daarmee is Judas TheaterProducties niet aan zijn proefstuk toe. Eerder maakte het muziektheatergezelschap al musicals van het theaterstuk ‘Les Feluettes’ (‘Lelies’) en van het leven van Josephine Baker (‘Josephine B.’ met Leki in de hoofdrol). Voor deze productie liet het gezelschap zich bijstaan door Dirk Brossé (‘Kuifje en de Zonnetempel’, ‘Daens’ en ‘Ben X’) voor de muziek  en Frank Van Laecke (‘Kuifje en de Zonnetempel’, ‘Daens’, ‘Ben X’ en binnenkort ook ‘1418’) voor de regio, scenario, liedteksten en decorontwerp.

Musical?

Het resultaat is een theatervoorstelling van zo’n 1,5 uur met af en toe een lied. Een ‘musical’ kan je de productie eigenlijk niet noemen. Judas TheaterProducties plakt er dan ook de ondertitel ‘muzikale praline’ onder. Geen personages die allemaal samen uitbarsten in een lied met bijhorende danspasjes. Het is een meer ingetogen voorstelling waarbij een personage zo nu en dan een lied zingt. Zonder échte musicalstem, wat wel jammer is, want met mooie(re) zangstemmen was de productie sterker geweest. Maar de cast bestaat dan ook voornamelijk uit acteurs met weinig of geen musicalervaring. En zelfs Dirk Brossé en Frank Van Laecke stellen deze keer teleur, want de liedjes staan te weinig op zichzelf (en lijken allemaal erg op elkaar) en de teksten zijn weinig poëtisch en staan bol van de clichés.

Pauline overtreft Paulette

Wel opvallend is de prestatie die Erna Palsterman als Pauline neerzet. Je gelooft haast dat ze echt een verstandelijke beperking heeft. Zingen doet ze niet, maar de manier waarop ze haar personage Pauline vertolkt, is lovenswaardig. Alleen jammer dat haar prestatie niet geëvenaard wordt door de andere acteurs. Want dat is een van de problemen van deze productie: door de soms wat magere acteerprestaties moet de voorstelling inboeten aan geloofwaardigheid. Daarbij komt dat de personages weinig diepgang kregen toegedicht en op sommige momenten vervallen in ‘typetjes’. Door de bijrollen (of het nu de notaris, beenhouwer of operettezanger is) krijg je bijna het gevoel dat je naar een aflevering van ‘F.C. De Kampioenen’ aan het kijken bent.

Humor op seniorenmaat

Misschien ben ik op het verkeerde moment gaan kijken, maar tijdens de voorstelling van 15u vanmiddag was de gemiddelde leeftijd van de toeschouwers in de zaal 70 jaar. En de humor leek precies op hen gericht. Want bij sommigen flauwe ‘moppen’  à la F.C. De Kampioenen waren zij wel degelijk aan het lachen. Maar ik kan me moeilijk voorstellen dat Judas TheaterProducties de voorstelling (alleen) voor dat publiek heeft gemaakt. Hoewel het wel het een en ’t ander zou verklaren. Niet alleen de flauwe moppen, maar ook het trage ritme van de voorstelling. En de wat statische opvatting van het decor, dat doorheen de voorstelling zo goed als niet verandert.

Zonder ziel

Maar het ergste vond ik dat het een voorstelling zonder ziel of ‘drive’ was. Ik probeer mij tijdens een avond theater of film telkens voor te stellen hoe ik zou reageren als ik plots de zaal zou moeten verlaten. Zou ik dat heel erg vinden of zou het einde me koud laten? In dit geval was ik zonder problemen de zaal uitgewandeld. Omdat ik de hele tijd met het gevoel zat dat het stuk nergens naartoe ging. En dat vind ik als toeschouwer geen fijn gevoel. Het verhaal ging te traag, de personages hadden een gebrek aan diepgang en het ontbrak de ‘musical’ aan muziek. Wat mij betreft is ‘Pauline & Paulette’ geen ‘muzikale praline’, maar eerder een rijstwafel. Niet slecht als tussendoortje, maar alleen als gedwongen alternatief voor een echte lekkernij.

Je kan de trailer bekijken via Vimeo http://vimeo.com/86098257

Toch benieuwd om de ‘muzikale praline’ zelf te ontdekken? ‘Pauline & Paulette’ toert langs verschillende theaters, culturele centra en schouwburgen. De speellijst vind je hier: http://www.judastheaterproducties.be/page34/page38/index.html.

Gezien in de Schouwburg van Leuven op 9/02.

Assepoester 2.0

Na de dood van haar moeder blijven Assepoester en haar vader alleen achter. Hij hertrouwt al snel met een boosaardige vrouw die twee onuitstaanbare en lelijke dochters heeft. Als ook hij overlijdt, ligt het lot van Assepoes in de handen van haar stiefmoeder. Maar alles verandert als de prins na een ontmoeting op het bal net háár wil. Met dank aan wat magie, een prachtig kleed en een paar nieuwe schoenen. Dankzij haar glazen muiltje vindt hij haar terug na haar plotse vertrek van het bal.  En ze leefden nog lang en gelukkig.

Dat is het verhaal van Assepoester zoals we het kennen. Als een traditioneel, mierzoet sprookje waar we na onze prille kindertijd niet bepaald meer wild van worden. Een musical over Assepoester zou dan ook heel clichématig kunnen zijn, zoals de versie die nu in Nederland wordt gespeeld eruitziet.

Maar regisseur Stany Crets heeft voor een totaal andere aanpak gekozen. Hij heeft het sprookje afgestroopt tot de rode draad van het verhaal en er dan een eigen interpretatie van gemaakt, met ontzettend veel creativiteit.

De stiefmoeder schittert

De musical heeft in alle opzichten mijn verwachtingen in het kwadraat overtroffen. De muziek (van Ad van Dijk) is mooi én rijk aan afwisseling. De sprookjesfiguren barsten zowel uit in typische melige musicalballads als in heuse rockliederen. Het zangniveau is ook ontzettend hoog. Charlotte Campions haar pure stem past perfect bij de broze Assepoester en haar stem en die van haar ‘overleden moeder’ (Jasmine Jaspers) lopen zelfs soms in elkaar over. Maar wat zangkwaliteiten en acteerprestaties betreft, is er toch iemand die uitblinkt in deze voorstelling: Ann Van den Broeck. Van den Broeck kennen we van eerdere musicals (‘Spamalot’, ‘Shrek’) en tv-werk (‘Thuis’, ‘Spoed’, ‘Happy Singles’) en nu neemt ze met verve de rol van de boze stiefmoeder voor haar rekening.

Kostuums met een twist

Dat heeft ze voor een stukje ook wel te danken aan de prachtige kostuums en het sublieme decor. Het decor verandert voor een Vlaamse musical – als ik dat zo mag zeggen;-) – ontzettend veel en er zijn verschillende verrassende decorelementen zoals vuurspuwers, een reusachtige engel die vanuit de hemel neerdaalt en wanden vol krantenartikels die stukjes van Assepoes’ verhaal vertellen. De kostuums zijn traditioneel geïnspireerd maar afgewerkt met een twist, zodat je lakeienkostuums krijgt met goudkleurige leggings en witte korte verpleegsterkleedjes met een rood kruis op hun borsten. Stany Crets is de meester van de knipoog.

Humor in hotpants

De musical is doorspekt met humor, die naar mijn gevoel meer op volwassenenmaat is geschreven dan voor kinderen. Woordspelingen en situatiehumor wisselen elkaar af. Als de gouvernante van de prins in kwestie (‘Meneer Het Prinske’) beslist dat Meneer een vrouw nodig heeft, zegt ze dat ze een bal zal organiseren. Enkele ogenblikken later staat de scène vol voetballers die een nummer doen met dans, zang, en … voetballen.

En dan zijn er nog de boze stiefzussen, die met Maaike Cafmeyer en Fleur Brusselmans een ietwat andere invulling krijgen dan in het oorspronkelijke verhaal. In hun korte hotpants en gekleurde leggings zorgen ze à la Cafmeyer voor heel wat hilariteit. Crets geeft in een interview toe dat hij helemaal in het begin eraan dacht om samen met Peter Van den Begin in de huid van Debby en Nancy te kruipen om de rollen van de boze stiefzussen te vertolken. Ik ben ontzettend blij dat hij dat niet gedaan heeft. Want niet alleen had hij op die manier van de tere Assepoes een platvloerse parodie gemaakt, maar dan hadden we ook Cafmeyers heerlijke musicalprestaties moeten missen.

De reporter neemt je bij de hand

En Crets is bovendien zelf aanwezig in de musical, zij het niet in de vorm van een ‘spiegel van zichzelf’ zoals hij de reporter noemt door wiens ogen we het verhaal volgen. De ‘cynische verslaggever’ leidt het verhaal in en begeleidt de toeschouwer tot het einde, of toch bijna.

Geen kritiek?

Of ik dan niets heb aan te merken? Toch wel:-). De musical was niet overal even sterk. De scène waarin ‘Meneer Het Prinske’ wordt voorgesteld is wat te lang en platvloerser dan de rest van de musical. Ik had schrik dat dat een kantelmoment was, maar na de scène herpakte het verhaal zich. Ook het begin van het tweede deel was minder sterk dan het eerste deel – misschien omdat ook de acteurs wat verveeld waren na de extra lange pauze wegens een technisch defect? In elk geval duurde de musical best lang en hadden er enkele scènes of in elk geval bepaalde ‘uitweidingen’ geschrapt kunnen worden. En tja, dan toch nog een praktische tegenvaller: de CD van de musical is nog niet klaar. Je kon hem wel bestellen en afhalen tegen half januari. Of laten opsturen, maar dan moest je wel € 2,50 meer betalen. Musical van Vlaanderen zal daardoor ongetwijfeld minder CD’s verkopen. Want wat is er nu leuker dan de dagen nadat je een musical hebt gezien de muziek keer op keer opnieuw beluisteren:-)?

Gezien op 3/01 in Capitole Gent. ‘Assepoester: het tamelijk ware verhaal’ loopt nog tot 12 januari 2014 in Capitole Gent http://www.musicalvanvlaanderen.be/musicals-mvv/producties/assepoester.

Er is een trailer van de musical, maar ik vind dat die eigenlijk niet echt weergeeft hoe de musical echt is. Hij is vermoedelijk al lang voor de echte repetities opgenomen.

Zo moeder, zo dochter

Judy Garland en Liza Minnelli zijn twee wereldbekende sterren en bovendien moeder en dochter. De musical ‘Garland & Minnelli’ focust op hun moeilijke moeder-dochterrelatie, met niet voor niets als ondertitel “moeder, dochter, rivalen”. Hun relatie als moeder en dochter lijkt altijd ondergeschikt te zijn geweest aan hun echte prioriteit: hun eigen carrière als filmster en zangeres.

Judy Garland

Judy Garland (1922 – 1969) werd een wereldwijde ster dankzij haar rol als Dorothy in ‘The Wizard of Oz’ uit 1939. Het lied ‘Somewhere over the rainbow’ is tot op vandaag een klassieker. Mogelijk om die reden kruipt musicalactrice Jelka van Houten in de huid van het personage Dorothy om de rol van Judy Garland vorm te geven. Dat werkt aanvankelijk wel wat verwarrend, omdat de actrice die Garland speelt veel jonger is dan de actrice die Minnelli vertolkt. Maar het klopt wel, zo besef je in de loop van de musical als toeschouwer.

Garland was een kindsterretje, dat voor ze vierentwintig werd al in veertien films had meegespeeld. Maar in de musical staat vooral de vrouw achter de blinkende jongemeisjesglimlach centraal. Garland stierf immers al toen ze zevenenveertig was aan overmatig drugs- en drankgebruik. Enkele sterke quotes illustreren haar lijdensweg: ‘ik heb altijd voor anderen geleefd, nooit mezelf mogen zijn’ en ‘er is niets zo dom als pieken op jonge leeftijd, dan loop je altijd achter de feiten aan’.

Liza Minnelli

Uit Garlands huwelijk (een van de zes) met regisseur Vincente Minnelli werd Liza geboren. Met een regisseur als vader en ster als moeder, die haar naar verschillende optredens meetroonde, kon er misschien niets anders van Liza worden dan de ster (wederom) Liza Minnelli. Bekend van onder andere het sensuele ‘All that jazz’ en ‘New York, New York’ en een van de weinigen ter wereld die een Oscar, Emmy, Grammy én Tony Award wonnen.

Maar Minnelli (hier vertolkt door Janke Dekker) is, net als haar moeder, in deze musical niet in een opgewekte bui. Ze staat aan de vooravond van haar zevenenveertigste verjaardag en dreigt zo ouder te worden dan haar moeder ooit geweest is. (Ook) zij kampt met een alcoholprobleem en probeert tevergeefs een nieuwe plaats op te nemen. En het is op dat moment dat haar moeder als een hallucinatie met haar in gesprek gaat – en vooral – de aandacht overneemt en haar eigen (levens)verhaal vertelt.

Melancholie

“Garland & Minnelli” is geen typische musical. Geen feelgoodstuk, maar het zijn net zware thema’s als verslaving, partnergeweld, ontgoochelingen en frustraties die de revue passeren. Bovendien blijft de musical redelijk ingetogen. Er is geen enkele scène waarin de volledige cast je achteroverzingt, want er zijn maar drie acteurs. Naast Garland en Minnelli is er nog Theo Nijland die alle mannelijke rollen op zich neemt – van platenbaas tot Judy’s echtgenoot 1 tot 6 – en als het ware ‘modereert’ tussen de twee vrouwen. Maar precies door de kleine bezetting heeft de musical iets ingetogen, iets voyeuristisch bijna. Het décor is niet voor niets de woonkamer van Minnnelli, mét de platen van haar moeder en haar eigen prijzen.

Nederlandse saaiheid

Maar tegelijkertijd heeft de musical net dat tikkeltje saaiheid over zich. Mede door de beperkte bezetting en het decor dat tijdens de volledige voorstelling hetzelfde blijft. Afwisseling ontbreekt. Daarnaast is het een echte praatmusical. Geen flauwe dialogen die weinig relevantie bevatten, maar precies heuze volzinnen doorsprekt met biografische informatie over moeder en dochter. Als introductie tot hun levens en werk kan de musical dan ook tellen, maar de vraag blijft of elk biografische detail in een musical moet gestoken worden. Daarbij komt dat er verschillende liedjes naar het Nederlands vertaald zijn. Jammer! Gelukkig blijft ‘All that jazz’ lekker Amerikaans, maar ‘Ergens achter de wolken en de maan’ (in plaats van ‘Somewhere over the rainbow’) spreekt dan weer minder tot de verbeelding.

Aanrader!

Maar ondanks de ietwat saaie uitwerking, heb ik enorm van de musical genoten. Ik heb Judy Garland en Liza Minnelli als personen leren kennen en ben wat meer vertrouwd met hun liedjes. Bovendien zijn Jelka en Janke ontzettend goeie actrices en zangeressen, wat het verhaal versterkte en de songs tot leven bracht. En dat voor 21 euro in eerste rang. Voor het dubbele van de prijs kom je in het Capitole van Gent of de Antwerpse Stadsschouwburg terecht, zonder garantie van evenveel plezier. Die Nederlandse musicals in Vlaanderen, het is de moeite om ze in het oog te houden!

Gezien op 5/11 in de Stadsschouwburg in Leuven. Helaas nog maar één keer in België te zien, op 20 november 2013 in Hasselt. Meer informatie: http://www.ntk.nl/voorstelling/garlandminnelli/

Tovenaar zonder magie

Maandag 26 augustus 2013 maakte ik een uitstap naar het Donkmeer in Berlare. Niet voor het mooie weer of de horeca errond, maar voor de openluchtmusical “The Wizard of Oz”. Ik ben nu eenmaal een fan van musicals én een openluchtgebeuren heeft toch altijd net dat tikkeltje méér. Dacht ik.

De musical was een tegenvaller. Op verschillende vlakken. Ten eerste ben ik er bijna zeker van dat de volledige musical (tekst én zang) op voorhand is ingesproken en ingezongen en dat er tijdens de voorstelling enkel een cd werd afgespeeld. De lipbeweging van de acteurs kwam niet overeen met de woorden die je hoorde en hun gebaren waren niet synchroon met de accenten in de zinnen. Toegegeven: de zang was niet slecht, verre van. Hoewel de liedteksten allemaal (redelijk letterlijk) uit het Engels werden vertaald, weergalmden de noten mooi over het Donkmeer. Maar de geloofwaardigheid, de authenticiteit, de “magie” (die zo inherent zou moeten zijn aan het verhaal) was meteen weg van zodra je doorhad dat alles werd uitgebeeld. Zelfs het hondje van Dorothy was een pluche beest (op 10 minuten van de voorstelling na) dat tijdens zijn mechanisch geblaf doods in de armen van de acteurs lag.

En dat brengt mij bij de tweede gemiste kans van de voorstelling: doordat de musical herleid werd tot een “uitbeelden”, kreeg het iets slapstickachtig. Daarbij kwam nog de heel flauwe humor, op het niveau van de versprekingen van Samson in Samson & Gert en mopjes die zo uit FC De Kampioenen geplukt zouden kunnen zijn. Ik voelde me op bepaalde momenten werkelijk gestrand in een slechte Studio 100-show. Want dat moet het doelpubliek wel zijn (als de organisatie wil dat de toeschouwers tevreden huiswaarts keren): kinderen en seniele senioren. Die laatsten (senioren, niet de senielen) waren trouwens opvallend goed vertegenwoordigd in het publiek. Misschien moet ik mijn volgende openluchtmusical nog enkele decennia uitstellen?!

Of ik dan echt niet genoten heb? Toch wel, ik heb de voorstelling uitgezeten, en niet zonder reden. Het decor was mooi. Doordat de scène gedeeltelijk op het water lag, konden op verschillende momenten tijdens de show nieuwe décorelementen (letterlijk) komen “aangedreven”. Het openluchtaspect kwam dus echt tot zijn recht. Tijdens de musical waren er verschillende verrassende wendingen: gebouwen die uit het niets opdoken, water dat plots als een waterval naar beneden stroomde, een kasteel van de boze heks dat verscheen, wat vervolgens omgetoverd werd tot de grot van de tovenaar… En als kers op de taart werd er wel twee à drie keer vuurwerk afgeschoten. Hoewel ik dat meer interpreteerde als het bijtanken van wat magie die op de scène volledig ontbrak…

En de kostuums, die waren – dat moet ik wel toegeven – ook mooi. Verrassend ook hoe de vele figuranten en dansers in verschillende outfits maar toch in volledige harmonie op de scène konden verschijnen.

Maar voor het décor en de kostuums ga je natuurlijk niet naar een musical. Je wil kippenvel krijgen van de solo’s van de hoofdrolspelers, ontroerd worden door hun inleving – die (zelfs) door de muzikale tekst tot uiting komt, de onbedwingbare drang krijgen om mee te zingen, zin krijgen om de muziek thuis op te zoeken… Zelfs de slotscène (vaak een majestueuze samenzang van de volledige cast) kon de teleurstelling niet goedmaken. Want er was helemaal geen slotlied. Dorothy hield het voor bekeken met de eenvoudige conclusie: “Het is nergens zo goed als thuis.” Wel, daar kan ik in het vervolg ook gewoon even mijn televisie voor aanzetten rond 20u15. Met een titelsong die met meer inleving gezongen wordt dan de holle klanken en woorden van “The Wizard of Oz”.