Nieuw recordbedrag voor schilderij

In de kunstmarkt is er een nieuw record verbroken. 106 miljoen euro werd er op een veiling bij Christie’s in New York geboden voor het drieluik “Three Studies of Lucian Freud” van de Britse kunstenaar Francis Bacon. Dat is het grootste bedrag dat een werk ooit op een openbare veiling heeft opgebracht. En zo is meteen het vorige record verbroken van 90 miljoen euro dat anderhalf jaar geleden werd geboden voor een versie van “De Schreeuw” van Edvard Munch.

Zulke bedragen lijken compleet van de pot gerukt. Maar er is dus wel altijd (op z’n minst) iemand die er zo’n som voor over heeft. Maar waarom? En kan een schilderij wel zoveel geld waard zijn? Met andere woorden: hoe zijn zo’n recordbedragen te verklaren?

Ik ben op zoek gegaan naar een antwoord op die vragen in mijn eindwerk voor mijn Master Journalistiek aan de Erasmushogeschool in Brussel. De aanleiding was toen (voorjaar 2012) de bekendmaking door het Amerikaanse blad “Vanity Fair” dat de sjeik van Qatar “De Kaartspelers” van Paul Cézanne voor 200 miljoen euro had gekocht. Een absoluut record (een nog hoger bedrag trouwens dan de 106 miljoen euro voor het werk van Bacon), maar wel een record in het kader van een privéverkoop en dus niet op een openbare veiling. Voordat een schilderij voor zo’n bedrag openbaar geveild wordt, zullen we nog enkele jaren geduld moeten hebben, vermoed ik.

Maar in elk geval vind je een antwoord op al deze vragen in de reportage:

Advertenties