WOI vanop de eerste rij

Wie aan musical denkt, denkt meteen aan breed glimlachende acteurs die op de meest onverwachte momenten in zingen uitbarsten en hun melodieuze bekentenissen kracht bijzetten met galante danspasjes. Niet meteen een genre dat je associeert met oorlog dus. Toch ging Studio 100 de uitdaging aan om – niet toevallig in hét herdenkingsjaar – een musical te maken over de Eerste Wereldoorlog. En niet zomaar een musical, een ‘spektakelmusical’.

Komt dat zien

’14-18′ is gepromoot als een spektakelmusical. En hoewel er in de promotie van een evenement al eens wat overdreven wordt om toch maar zoveel mogelijk toeschouwers te lokken, houdt Studio 100 zijn belofte. ’14-18′ ís spektakel. Een rijdende publiekstribune, mobiele decorstukken die in enkele minuten worden omgetoverd van een veldhospitaal tot loopgraven, een ‘levend’ decor met wiegende klaprozen, paarden met koetsen die over de scène galopperen… Je hebt als toeschouwer soms echt het gevoel dat je terug in de tijd bent gekatapulteerd en de Eerste Wereldoorlog vanop de eerste rij meemaakt.

Maar het spektakel gaat wat ten koste van het verhaal. Dat wordt bijvoorbeeld heel duidelijk bij de decorwissels. De tribune en de decorstukken zijn mobiel, maar wissels vragen wel wat tijd. En het is door die trage overgangen dat het verhaal stokt en het ritme vertraagt. Van de ‘rijdende’ publiekstribune moet je je ook niet te veel voorstellen: het is een tribune die af en toe enkele meters naar voor en naar achter schuift. Wat best wel veel lawaai maakt, waardoor de acteurs minder verstaanbaar zijn.

Gebrek aan geloofwaardigheid

Het is nochtans een straffe cast. Studio 100 heeft zijn grote namen uit de kast gehaald: Jelle Cleymans neemt de hoofdrol voor zijn rekening, bijgestaan door Free Souffriau en Louis Talpe die zijn vrouw en beste vriend spelen. En ook andere BV’s staan op het podium: Jonas Van Geel, Bert Verbeke, Maaike Cafmeyer, Jo De Meyere en Peter Van de Velde. Die bekende namen doen ongetwijfeld hun werk bij de ticketverkoop, maar dragen niet altijd bij tot de geloofwaardigheid en authenticiteit van het verhaal.

Vooral Jelle Cleymans heeft moeite om zich na zijn rollen als Robin Hood en Jens in ‘Thuis’ in te leven als soldaat in oorlogsperiode. Dat Bert Verbeke – zijn collega uit de populaire soap op één – in de musical een van zijn beste vrienden is, houdt dat ‘Thuis’-gehalte zeker in het begin erg hoog. Dat de enorme zaal en de relatief grote afstand tot het publiek daartoe bijdraagt, zou me niet verbazen. De Nekkerhal is immers immens en in tegenstelling tot een cultuurcentrum of schouwburg waar het publiek doorgaans ‘verticaal’ voor de acteurs zit, is de publiekstribune tientallen meters diep. De acteurs lijken moeite te hebben om in de mensenmassa een houvast te vinden. De schermen waarop het publiek close-ups van de acteurs kan zien brengen weinig soelaas. Integendeel.

Maar het ligt niet alleen aan de acteurs dat het verhaal op de oppervlakte blijft zweven. Er is te weinig diepgang. De makers hebben in zo’n anderhalf uur 4 jaar oorlog willen vatten, mét alle mogelijke kleine verhaallijnen: de tol van de oorlog, het gemis op het thuisfront, vriendschap, desertie, liefde voor de vijand… Precies omdat er op een heel korte tijd enorm veel verteld moet worden, blijven de personages vlak en krijgen de acteurs niet de kans om hun personage (geloofwaardig) emotioneel te laten evolueren.

Geld waard?

Maar ’14-18′ is niet slecht. Ik vrees dat Studio 100 door de doorgedreven promotiecampagne gewoon (te) hoge verwachtingen heeft gecreëerd. Die hebben er bij mij in elk geval voor gezorgd dat ik een tikkeltje teleurgesteld de zaal ben uitgegaan. Ik had een ‘wauw-effect’ verwacht, maar dat is uitgebleven.

Hoe dan ook: ’14-18′ is en blijft een entertainende musical die heel wat in z’n mars heeft: spektakel, een knap decor, een straffe cast, mooie stemmen en muziek van Dirk Brossé, géén onbekende in de musicalwereld (hoewel de liedjesteksten heel vaak heel gekunsteld klinken)…Maar als je van plan bent om te gaan, zou ik je verwachtingen wat bijstellen. Dan kunnen ze alleen maar overtroffen worden.

’14-18′ gezien op 19 mei 2014 om 17u. De musical loopt nog zeker tot 13 juli 2014 in de Nekkerhal in Mechelen.

http://www.1418.nu/

Dit is de spot die je misschien al op tv hebt gezien:

En een filmpje met interviews met de makers van de musical vind je hier:

Een ticket voor ’14-18′ is allesbehalve goedkoop. Tickets kosten € 44,95 – € 54,95 en € 64,95, exclusief een tiental euro voor de reservatie en levering. En ook de parking kost je geld, tenzij je aan de overkant – gratis – op de parking van De Nekker of Utopolis gaat staan natuurlijk;-).

Of je met de auto of het openbaar vervoer gaat, je houdt er best rekening mee dat de voorstelling kan uitlopen. Er werden in totaal al drie voorstellingen door een ‘technische storing’ onderbroken, gedurende 10 tot 45 minuten…

Advertenties

Een culturele ervaring is (heel veel) geld waard

Als je nog twijfelde of cultuur wel zo waardevol is, maken cijfers komaf met die twijfel! Dit artikel las ik vanmorgen in De Standaard:

Geluksgevoel bij kunstbeleving berekend

Naar het theater gaan maakt even blij als 1.225 euro

Het goede gevoel dat een bezoek aan het theater of museum oplevert, is uitgedrukt in geld. Daan van Lent

Twee keer per jaar een bezoek aan het theater levert een groter geluksgevoel op dan een salarisverhoging van 1.225 euro per jaar. Naar een concert? Ook leuk, maar het resulterende geluksgevoel staat slechts gelijk aan een salarisverhoging van 909 euro.

Allemaal direct kaartjes boeken dus? Nee, eerst nog even zwemmen of gaan dansen. Dat zijn volgens een onderzoek van de London School of Economics de kunst- en sportactiviteiten die het meeste welbevinden opleveren: regelmatig zwemmen staat gelijk aan de waarde van het geluksgevoel bij een salarisverhoging van 1.999 euro. Nog beter is het om zelf te gaan dansen, dat zorgt voor een geluksgevoel dat gelijk staat aan een salarisverhoging van 2.048 euro. Het regelmatig bezoeken van de bibliotheek verhoogt het geluk meer dan een salarisverhoging van 1.666 euro.

Dit is niet een onderzoek dat de wetenschappers van de LSE in hun hobby-uurtjes als ‘freakonomics’ hebben gedaan. De drie gedragseconomen achter deze uitkomsten, die vorige maand zijn gepubliceerd, hebben het onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Britse ministerie van Cultuur, Media en Sport. Dat wil een waarde koppelen aan cultuur en sport, die niet duidelijk wordt uit prijsvorming op de markt. Want die is er niet echt. Daarom hebben de onderzoekers gegevens gebruikt van het Britse Office for National Statistics, die voor zijn Understanding Society-onderzoeken naar het welbevinden van de Britten vragen stelt naar welke waarde zij plakken op activiteiten die ze ondernemen.

Afbeulen in de fitness

De uitkomsten maken duidelijk dat niet alle sport- of culturele activiteiten bijdragen aan geluk. Ga bijvoorbeeld niet zelf op de gitaar tokkelen of pianospelen. Dat staat gelijk aan een negatieve waarde van 1.530 euro. Ook afbeulen in de fitness lijkt niet zo’n goed idee. Het staat gelijk aan het verdriet bij een salarisverlaging van 1.616 euro.

Hierbij plaatsen de onderzoekers wel direct een belangrijke kanttekening. ‘Het kan zijn dat mensen die een slecht zelfbeeld hebben – door overgewicht – sneller naar de fitness gaan’, schrijven zij in de publicatie Quantifying and valueing the wellbeging impacts of culture and sport. Of het kan gaan om ‘eenzame muzikanten’ die stilletjes hun melancholie wegspelen.

De vraag is omgekeerd ook of theaterbezoek gelukkiger maakt of dat mensen die regelmatig theater bezoeken gewoon gelukkiger mensen zijn die een goed gevoel krijgen als ze in de schouwburg plaatsnemen. Het hoeft niet zo te zijn dat mensen die nooit naar het theater gaan, plots gelukkig worden als ze wél een toneelstuk, musical of dansvoorstelling bezoeken. Inkomensverschillen – de theaterbezoeker verdient meer en haalt dus minder plezier uit een salarisverhoging – kunnen daar ook een rol bij spelen.

De onderzoekers hebben overigens wel voor die factoren gecorrigeerd, maar meer vergelijkbare onderzoeken zijn nodig om te zien of ze dat afdoende gedaan hebben.

Er kan dus ook niet zomaar een beleidsaanbeveling uit voortvloeien. Het heeft niet direct zin om gratis kaartjes uit te delen, niet voor de overheid of voor werkgevers. Wat moet het Britse ministerie er dan mee? Dat legt het ook uit bij het onderzoek: door te weten wat sport- of culturele activiteiten mensen waard is, kan het ministerie ook afwegen wat het belang is om kunst- en sportdeelname met beleidsmaatregelen te stimuleren. Want het onderzoek laat wel zien welke activiteiten aan het welbevinden van mensen bijdragen.

Bron: http://www.standaard.be/cnt/dmf20140513_01104532

De komiek (in) Hitler

Bron: www.wpg.be

Iets ongelooflijk onwaarschijnlijk gebeurt dan toch: Adolf Hitler is helemaal niet dood, maar wordt op een zekere dag gewoon wakker op een braakliggend terrein in Berlijn. Wat er precies gebeurd is, laat de auteur helemaal in het midden. Maar een ding is zeker: daar is hij weer. Volkomen hulpeloos en zonder enig identiteitsbewijs ontwaakt Hitler op 30 augustus 2011. Hij staat nietsvermoedend op, maar ontdekt al snel dat hij in een ander millennium is beland. Een krantenventer helpt hem om de eerste dagen door te komen. Tot Hitler opgemerkt wordt door enkele talentscouts die in hem een groots imitator zien. En zo wordt de enige echte Adolf Hitler een stand-up comedyact. Alleen is er voor Hitler niets komisch aan en zal hij televisie- en YouTubekijkend Duitsland voor zich proberen te winnen.

Internationale bestseller

‘Daar is hij weer’ is een boek van de Duitse journalist Timur Vermes. Het verscheen in 2012 in Duitsland en daar werden al meer dan 2 miljoen exemplaren (!) van het boek verkocht. De vertaalrechten zouden ook al aan meer dan 30 landen verkocht zijn en er zou ook een film in de bus zitten. Van een succes gesproken. In ons land loopt het niet zo’n vaart – enkele tienduizenden verkochte exemplaren – maar het boek werd dan ook pas vorig jaar vertaald.

Daar is hij weer3

Geen tien voor taal

Is het dan ook echt zo goed? Literair gezien is het geen pareltje, verre van zelfs. Ik heb me er zeker naar het einde toe moeten doorworstelen. De roman is absoluut geen pageturner en ik was aan het wachten op een climax die er gewoon niet komt. Bovendien heeft Vermes niet bepaald een vlotte schrijfstijl. En hoewel een van de positieve kritieken op de kaft precies gaat over het feit dat Vermes zich ‘het jargon van de dictator’ eigen heeft gemaakt, zit het boek vol archaïsmen. Ook op plaatsen waar de Führer niet aan het woord is.

De archaïstische schrijfstijl zou ook wel eens met de Nederlandse vertaling te maken kunnen hebben, die te wensen overlaat en in sommige alinea’s ondermaats is. Traduttore, traditore… Jongerentaal wordt een vreemd Vlaams tussentaaltje dat ver van de realiteit staat.  En van sommige uitdrukkingen vraag je je af of het überhaupt wel Algemeen Nederlands is:  ‘waarop ik voornemens was voorgoed een einde te maken’, ‘het speeltuintje van de bewaarschool’, ‘we moeten nog op een kinderwagen uit’, ‘het was wederom van belang pas op de plaats te maken’, ‘ de aanspraak’…

Relevantie primeert

Maar als je je over de slechte vertaling – of gaat het toch om een bedenkelijke schrijfstijl? – heen kan zetten, doet het boek je wel nadenken. Je krijgt geen antwoord op de vraag hoe het komt dat Hitler plots weer leeft, maar de auteur zet terecht vraagtekens bij de manier waarop Hitler opnieuw populair kan worden. Akkoord, zijn ‘revival’ berust op een misverstand – namelijk dat anderen hem zien als komiek en hij zichzelf niet – maar in de loop van de roman vervaagt precies die grens tussen komedie en tragedie.

In dat opzicht is het enorme succes in Duitsland waarschijnlijk te verklaren. Daar ligt de herinnering aan Hitler nog verser in het geheugen dan bij ons. Iets wat de roman in ons land misschien dat extra tikkeltje relevantie geeft. Want Vermes toont precies aan dat (een) Hitler zich kan heruitvinden en dat sociale media de ideale manier zijn om discriminerende en antisemitische ideeën te verspreiden. Niet alleen in Duitsland, maar wereldwijd.

Op de website van Knack staat er een interessant interview met Timur Vermes met als veelbelovende titel ‘De media gaan een nieuwe hitler zeker niet tegenhouden’  http://www.knack.be/nieuws/boeken/de-media-gaan-een-nieuwe-hitler-zeker-niet-tegenhouden-timur-vermes/article-interview-111066.html

Belle-Vue bier? BELvue museum!

Ik heb mijn blog wat verwaarloosd. En als er – paradoxaal genoeg – een ‘boosdoener’ is, dan is het… cultuur. Dat lijkt misschien wat paradoxaal, op deze blog doe ik net het relaas van mijn culturele activiteiten, maar de voorbije weken was het zo druk dat ik geen tijd had om aan mijn computer te gaan zitten. Ik ben bezig met enkele spannende culturele projecten, waarover ik graag meer vertel.

BELvue Bende

Het BELvue museum is het museum van de Belgische geschiedenis en een centrum voor democratie op het Paleizenplein in Brussel. De huidige inrichting is wat verouderd en daarom wordt het museum tegen het voorjaar van 2016 helemaal opnieuw ingekleed. Maar een museum heruitvinden doe je niet zomaar. Daarom is BELvue op zoek gegaan naar 15 jongeren die mee willen werken aan het nieuwe concept. En ik ben heel trots dat ik daar een van ben.

Het BELvue museum heeft De Veerman aangesproken om een traject uit te werken  voor ons – de BELvue Bende, klinkt best stoer he. De Veerman is een organisatie uit Antwerpen die projecten aanbiedt die kunst en educatie samenbrengen. Het BELvue museum wil ons zo opleiden tot ‘museumdeskundigen’ zodat we een gefundeerde mening kunnen geven over het nieuwe museumconcept van het BELvue.

2 vliegen in 1 klap

IMG_3119IMG_3116

Als je nog nooit in het BELvue museum geweest bent, is het dus nu het moment. Er zijn in het museum twee parcours: in de zalen kom je meer te weten over de geschiedenis van België en in de gangen leer je 6 Belgische koningen beter kennen. Elke zaal weerspiegelt een bepaalde periode uit de geschiedenis van ons land, zo vertelt de eerste zaal over de onafhankelijkheid, is er een zaal per wereldoorlog, voel je je hippie in de zaal van de ‘Golden Sixties’…

Het museum is niet bepaald interactief – da’s absoluut een werkpuntje – maar je vindt wel uitgebreide informatie op de panelen. Voor scholen en kinderen (en kinderen met hun grootouders!) zijn er speciale interactieve kidsproof museumgidsen. En eerlijk, er is een heerlijk restaurant  waar je gerechten kan bestellen met kakelverse ingrediënten van de boerderij.

IMG_3135IMG_3143

Meer informatie?

http://www.belvue.be/nl

http://www.veerman.be/index.php