Van ’t Hek is te gek

‘Wat gaat u doen met de rest van uw leven?’ Het is niet meteen een vraag die je verwacht van een cabaretier. Maar da’s nochtans de vraag die Youp van ’t Hek stelt aan het publiek vlak voor de pauze van zijn voorstelling ‘Wigwam’. Met de bedoeling dat je er als toeschouwer tijdens de pauze eens goed over nadenkt. Want tijdens je vakantie maak je goeie voornemens om het rustiger aan te doen, minder te werken… Maar zo’n 6 maanden na die vakantie verder blijft er van die goeie voornemens niet veel meer over.

Een lach en een traan

van ’t Heks nieuwe voorstelling is allesbehalve vrijblijvend. Door z’n leeftijd en levenservaring begint hij zichzelf vragen te stellen, die hij graag met het publiek deelt. Ongetwijfeld heeft de dood van een van zijn beste vrienden daar iets mee te maken, een onderwerp dat hij tijdens zijn show meermaals ter sprake brengt. Maar dat is ook wat zijn voorstelling zo sterk maakt: hij balanceert tussen een lach en een traan. En hij vindt het perfecte evenwicht. Het ene moment was ik aan het gieren van het lachen dat de tranen mij in de ogen stonden en niet veel later moest ik een traantje van ontroering wegpinken.

De eerste keer

Ik kan de voorstelling met niets vergelijken. Omdat ik – eerlijk toegegeven – voor ‘Wigwam’ nog niks van van ’t Hek gezien had. Maar mijn collega’s vertelden op zo’n enthousiaste manier over hem en zijn moppen en dat ik dat fenomeen eens zelf wilde meemaken. En toen hij ik in juni zag dat hij naar de Schouwburg van Leuven zou komen, heb ik niet getwijfeld. En ik moet zeggen: daar ben ik zo blij om. Als je ooit de kans krijgt om Youp live op de planken te zien, dan is dat absoluut de moeite waarde.

Wigwam

De wigwam is de rode draad in van ’t Heks nieuwste show. Hij belandt na zijn eigen housewarming op straat voor een avondwandeling. Tamelijk beschonken belt hij aan bij zijn vorig huis. De nieuwe eigenaar doet verrassend genoeg open en vertelt Youp dat hij na de verhuis nog iets van hem gevonden heeft. Een wigwam. De hereniging met het lievelingsspeelgoed uit zijn kinderjaren maakt hem lyrisch en doet hem verder rondzwerven in Amsterdam.

Aan deze rode draad knoopt van ’t Hek verschillende uitweidingen. Omzwervingen die in feite verhalen op zich zijn en ofwel in z’n geheel humoristisch zijn of opgebouwd zijn uit verschillende op zich staande grappen. Hij vertelt over de relatie met z’n vrouw, met wie hij ondertussen al 40 jaar samen is, over z’n vrienden, z’n nieuwe buren, z’n vriend die terminaal is… Je leert hem doorheen z’n verhalen en moppen kennen als een levensgenieter en deugniet, die zijn ervaringen en die van anderen kan relativeren en er de humor van inziet.

Hup Holland hup

van ’t Hek is een Nederlander, en dat hoor je natuurlijk. Of soms ook net niet, want ik heb hem niet altijd even goed verstaan. Maar hij past wel zijn voorstellingen aan als hij in België speelt. Typische Nederlandse referenties laat hij vallen of vervangt hij door Belgische varianten. Hoewel hij daar niet altijd even goed in slaagt. Tijdens de show in Leuven maakte hij een mop over KV Mechelen. De reactie van mijn vriend was meteen dat van ’t Hek waarschijnlijk niet weet dat ook Leuven een eersteklasse voetbalploeg heeft. Maar da’s natuurlijk een klein foutje. Ik had absoluut niet het gevoel dat zijn verhaal te Hollands was. Integendeel. Zijn humor is echt universeel.

Van zijn nieuwste show heb ik maar één fragment op het internet gevonden. Maar het geeft wel een goed beeld van van ’t Heks humor:

Je vindt ook heel wat (oudere) leuke fragmenten op zijn website:

http://www.youp.nl/archief/video

Gezien in de Schouwburg van Leuven op 29/01.

Pauline & Paulette zingen nu ook

In 2001 verscheen de film ‘Pauline & Paulette’, een film over vier zussen waarvan één een verstandelijke handicap heeft. Na de dood van hun ouders neemt de oudste zus, Martha, de zorg van Pauline op zich. Maar als Martha sterft, moet of Cécile of Paulette zich over Pauline ontfermen. En geen van beiden staat te trappelen om dat te doen, met heel wat geruzie tot gevolg. Een opvangtehuis lijkt dan ook een heel verleidelijke oplossing…

Judas TheaterProducties heeft zich door de film laten inspireren om een musical te maken: ‘Pauline & Paulette: een muzikale praline’. Daarmee is Judas TheaterProducties niet aan zijn proefstuk toe. Eerder maakte het muziektheatergezelschap al musicals van het theaterstuk ‘Les Feluettes’ (‘Lelies’) en van het leven van Josephine Baker (‘Josephine B.’ met Leki in de hoofdrol). Voor deze productie liet het gezelschap zich bijstaan door Dirk Brossé (‘Kuifje en de Zonnetempel’, ‘Daens’ en ‘Ben X’) voor de muziek  en Frank Van Laecke (‘Kuifje en de Zonnetempel’, ‘Daens’, ‘Ben X’ en binnenkort ook ‘1418’) voor de regio, scenario, liedteksten en decorontwerp.

Musical?

Het resultaat is een theatervoorstelling van zo’n 1,5 uur met af en toe een lied. Een ‘musical’ kan je de productie eigenlijk niet noemen. Judas TheaterProducties plakt er dan ook de ondertitel ‘muzikale praline’ onder. Geen personages die allemaal samen uitbarsten in een lied met bijhorende danspasjes. Het is een meer ingetogen voorstelling waarbij een personage zo nu en dan een lied zingt. Zonder échte musicalstem, wat wel jammer is, want met mooie(re) zangstemmen was de productie sterker geweest. Maar de cast bestaat dan ook voornamelijk uit acteurs met weinig of geen musicalervaring. En zelfs Dirk Brossé en Frank Van Laecke stellen deze keer teleur, want de liedjes staan te weinig op zichzelf (en lijken allemaal erg op elkaar) en de teksten zijn weinig poëtisch en staan bol van de clichés.

Pauline overtreft Paulette

Wel opvallend is de prestatie die Erna Palsterman als Pauline neerzet. Je gelooft haast dat ze echt een verstandelijke beperking heeft. Zingen doet ze niet, maar de manier waarop ze haar personage Pauline vertolkt, is lovenswaardig. Alleen jammer dat haar prestatie niet geëvenaard wordt door de andere acteurs. Want dat is een van de problemen van deze productie: door de soms wat magere acteerprestaties moet de voorstelling inboeten aan geloofwaardigheid. Daarbij komt dat de personages weinig diepgang kregen toegedicht en op sommige momenten vervallen in ‘typetjes’. Door de bijrollen (of het nu de notaris, beenhouwer of operettezanger is) krijg je bijna het gevoel dat je naar een aflevering van ‘F.C. De Kampioenen’ aan het kijken bent.

Humor op seniorenmaat

Misschien ben ik op het verkeerde moment gaan kijken, maar tijdens de voorstelling van 15u vanmiddag was de gemiddelde leeftijd van de toeschouwers in de zaal 70 jaar. En de humor leek precies op hen gericht. Want bij sommigen flauwe ‘moppen’  à la F.C. De Kampioenen waren zij wel degelijk aan het lachen. Maar ik kan me moeilijk voorstellen dat Judas TheaterProducties de voorstelling (alleen) voor dat publiek heeft gemaakt. Hoewel het wel het een en ’t ander zou verklaren. Niet alleen de flauwe moppen, maar ook het trage ritme van de voorstelling. En de wat statische opvatting van het decor, dat doorheen de voorstelling zo goed als niet verandert.

Zonder ziel

Maar het ergste vond ik dat het een voorstelling zonder ziel of ‘drive’ was. Ik probeer mij tijdens een avond theater of film telkens voor te stellen hoe ik zou reageren als ik plots de zaal zou moeten verlaten. Zou ik dat heel erg vinden of zou het einde me koud laten? In dit geval was ik zonder problemen de zaal uitgewandeld. Omdat ik de hele tijd met het gevoel zat dat het stuk nergens naartoe ging. En dat vind ik als toeschouwer geen fijn gevoel. Het verhaal ging te traag, de personages hadden een gebrek aan diepgang en het ontbrak de ‘musical’ aan muziek. Wat mij betreft is ‘Pauline & Paulette’ geen ‘muzikale praline’, maar eerder een rijstwafel. Niet slecht als tussendoortje, maar alleen als gedwongen alternatief voor een echte lekkernij.

Je kan de trailer bekijken via Vimeo http://vimeo.com/86098257

Toch benieuwd om de ‘muzikale praline’ zelf te ontdekken? ‘Pauline & Paulette’ toert langs verschillende theaters, culturele centra en schouwburgen. De speellijst vind je hier: http://www.judastheaterproducties.be/page34/page38/index.html.

Gezien in de Schouwburg van Leuven op 9/02.

9 om niet te vergeten in Boedapest

IMG_2755

Toen ik in de bibliotheek de Capitool reisgids over Boedapest had gevonden, was ik verrast dat die zoveel dunner was dan die over Rome. En een klein beetje ongerust ook. Zouden mijn vriend en ik wel vier volledige dagen kunnen vullen met die ietwat mysterieuze hoofdstad van Hongarije? Dat was uiteindelijk helemaal geen probleem.

1. De Staatsopera

IMG_2825

Ik heb in Boedapest twee magische momenten meegemaakt en één daarvan was in de Staatsopera. We hadden last minute tickets gekocht (zo’n kwartier op voorhand) voor de balletvoorstelling van die avond (‘Onegin’ van Tchaikovsky) en de zaal was betoverend mooi. De opera is blijkbaar nog altijd een van de beste qua akoestiek en mooiste opera’s ter wereld volgens verschillende rankings.

Als je niet zo’n opera- of balletliefhebber bent, kan je het operagebouw ook gewoon bezoeken. Er zijn elke dag rondleidingen in verschillende talen om 15u en 16u.

http://www.opera.hu/en

2. Opera in het Erkeltheater

Als je wél een operafan bent, dan is een avondje Erkeltheater ook een absolute aanrader. In tegenstelling tot het prachtige Staatsoperagebouw is het Erkeltheater een ‘gewone’ schouwburg zoals wij er hier hebben. Maar er worden fantastische opera’s uitgevoerd. Wij gingen naar ‘Turandot’ kijken met tweederangtickets en dat voor zo’n 23 euro voor twee personen!

http://opera.hu/en/erkel/

3. De baden

Een ander magisch moment heb ik beleefd in de Széchenyi-baden. Boedapest is echt gekend voor z’n ‘badcultuur’. Je vindt in de stad verschillende baden, die je kan vergelijken met de welnesscomplexen bij ons. Maar de ervaring is authentieker omdat je voelt hoe deze activiteit is ingebakken in het leven van de inwoners van Boedapest én omdat de architectuur en de inrichting van de badhuizen typisch Hongaars is. De kans is groot dat je langs een paar schakende Hongaren zwemt…

In de open lucht zwemmen in heerlijk warm water terwijl het eigenlijk vriest… Het is een speciale ervaring.

http://www.szechenyifurdo.hu/

4. De theehuizen

Net zoals de Boedapestenaren (of is het -nezen?) gek zijn op een uitje naar een badhuis, houden ze van thee. Je vindt in de stad verschillende theehuizen, waarvan wij er een ontdekt hebben. ‘Green Turtle’ heet het, en je kan er kiezen tussen meer dan 250 soorten thee. Om eerlijk te zijn was ik niet overdonderd door de thee die we gedronken hebben (‘Almond Mocassin’ en ‘Chocolate Strawberry’), maar de sfeer is er heel apart.

5.  Terror Háza / House of Terror

Veel minder gezellig is het in het ‘House of Terror’. Da’s een relatief nieuw museum over twee donkere periodes in de Hongaarse geschiedenis: de dictatuur van het nazisme en het communisme. De tentoonstellingsruimtes zijn prachtig ingericht met veel oog voor detail. Het museum is zelfs zo overtuigend dat ik er bijna ben buiten gelopen omdat ik het ontzettend benauwd kreeg… Het is dan ook ingericht in het gebouw dat heeft dienstgedaan als hoofdkwartier van achtereenvolgens de top van de Hongaarse nazi’s en de communistische staatspolitie.

http://www.terrorhaza.hu/en/index_2.html

Bedankt aan ‘Yet another blog’ voor de tip http://yab.be/reizen/budapest-2012/

6. De Dohánysynagoog

Volgens de Hongaren is de Dohánysynagoog de grootste synagoog van Europa. Het is een prachtig gebouw waarvoor 40 kilogram goud is gebruikt voor de versiering van de binnenkant. Je kan er bijna dagelijks om het halfuur een geleide tour volgen in verschillende talen. Op de site is er niet alleen de synagoog, maar zijn er ook verschillende herdenkingsmonumenten voor de slachtoffers van de Holocaust en twee kleine Joodse musea.

http://www.dohanystreetsynagogue.hu/

7. Museum voor Beeldende Kunsten

IMG_2693

Wij waren nog net op tijd om de tentoonstelling ‘Van Caravaggio tot Canaletto’ te bezoeken, die nog tot 16 februari 2014 loopt. Maar het museum organiseert vaker interessante tijdelijke expo’s. Bovendien is de permanente collectie ook de moeite, vooral het gedeelte over het oude Egypte. Je ziet er heel wat perfect bewaarde mummies.

http://www.szepmuveszeti.hu/main

8. Hongaarse Nationale Galerie

Bron: hu.wikipedia.org

Bron: hu.wikipedia.org ‘The Last Day of a Condemned Man’, 1869 – 1872

Voor we naar Boedapest gingen kenden we geen enkele Hongaarse kunstenaar. En dat is onterecht, zo bewijst de collectie in de Hongaarse Nationale Galerie. Er hangt alleen maar Hongaarse kunst én de tijdelijke tentoonstellingen zijn ook vaak aan een Hongaarse kunstenaar gewijd. De nationale trots Mihály Munkácsy heeft mij erg verrast.

http://www.mng.hu/en

9. Het Parlement

En uiteraard kan je ook een bezoek brengen aan het Parlement, hét gebouw dat het uitzicht van Boedapest bepaalt. Het gebouw is zo’n 268 meter lang, dus daar zou je wel een dag mee zoet kunnen zijn. Maar een geleid bezoek duurt maar ongeveer een halfuur en brengt je langs enkele van de belangrijkste ruimtes van het Parlement. Ook al is het erg kort in verhouding, de gids legt best veel uit en het interieur is uitzonderlijk mooi.

http://www.parlament.hu/angol/eng/leiras.htm