Boeda+Pest=Boedapest

Bron: nl.wikipedia.org

Bron: nl.wikipedia.org

Het is op mijn blog heel rustig geweest de voorbije week, maar ik ben dan ook volop bezig met de voorbereiding van een citytrip naar Boedapest. Binnenkort vind je hier het verslag! Alle tips zijn welkom!

Advertenties

De Vlaamse Rafaël op bezoek in Leuven

‘De Vlaamse Rafaël’, da’s de ondertitel van de tentoonstelling in Museum M die je warm moet maken om de onbekende kunstenaar te leren kennen. Onbekend en ondergewaardeerd is hij volgens de organisatoren van de tentoonstelling in elk geval, ten onrechte vergeten geraakt tussen de Rafaëls en Rubensen van de voorbije eeuwen. ‘Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël’ is een kennismaking die ervoor zorgt dat de naam ‘Coxcie’ vanaf nu wel een belletje doet rinkelen.

Tussen Vlaamse Primitieven en Italiaanse Renaissance

Michiel Coxcie werd vermoedelijk geboren in Mechelen in 1499. Hij volgde een opleiding bij de Brusselse schilder Bernard Van Orley, maar trekt al snel naar Rome. Hij is de eerste Vlaamse kunstenaar die voor lange tijd in Italië verblijft. Naast de Vlaamse Primitieven wordt zijn werk dan ook beïnvloed door renaissancekunst en antieke kunst die hij in Italië leert kennen. Als hij na tien jaar terugkeert naar zijn geboortestreek schildert hij ‘De Heilige Maagschap’, een altaarstuk dat de Nederlanden laat kennismaken met de renaissance.

De Heilige Maagschap - Michiel Coxcie Bron: www.mleuven.be

De Heilige Maagschap – Michiel Coxcie Bron: http://www.mleuven.be

‘Maagschap’ betekent bloedverwantschap of familie en Coxcie beeldt op het schilderij dan ook de Heilige Familie af, met Jezus en Maria en tal van andere familieleden. Van de antieke kunst neemt hij het decor over, de zuilen komen zo uit het antieke Rome. Voor zijn Maria haalt hij inspiratie bij Leonardo Da Vinci en typisch voor de Vlaamse Primitieven is de aandacht voor details.

Religieuze inspiratie

Coxcie heeft veel religieuze personages en scènes op doek gebracht. En dat had niet alleen te maken met zijn eigen katholieke geloof. Te midden van de Contrareformatie en de Beeldenstorm – waardoor trouwens heel wat van Coxcies werken vernietigd werden – beschouwt Coxcie zichzelf als verdediger van het katholicisme. Hij maakt tot aan zijn dood grote altaarstukken.

Het pronkstuk van de tentoonstelling is misschien wel Coxcies kopie van ‘Het Lam Gods’ van de broers van Eyck. Filips II had zijn oog laten vallen op het doek, maar kon het origineel niet in handen krijgen. Daarom bestelde hij een kopie bij Coxcie. Coxie werkte twee jaar lang aan de twaalf verschillende panelen, die voor het eerst sinds de 19e eeuw weer samen te zien zijn.

'De aanbidding van het Lam' naar Jan en Hubert Van Eyck Bron: www.mleuven.be

‘De aanbidding van het Lam’ naar Jan en Hubert van Eyck Bron: http://www.mleuven.be

Meer dan schilder

Maar Michiel Coxcie is niet voor één gat te vangen. Hij maakt ook een reeks met erotische prenten over de vrijages van Jupiter en ontwerpt gravures, glasramen en tapijten.

Wandtapijt naar Michiel Coxcie Bron: www.mleuven.be

Wandtapijt naar Michiel Coxcie Bron: http://www.mleuven.be

De glasramen die Coxcie voor de Sint-Baafskathedraal in Gent heeft ontworpen zijn verloren gegaan, maar tot op vandaag kan je in de Sint-Michiels en Sint-Goedele kathedraal in Brussel vier immense glasramen naar het ontwerp van Cocxie ontdekken.

Glasraam met Maria van Hongarije en Lodewijk, naar het ontwerp van Michiel Coxcie Bron: www.mleuven.be

Glasraam met Maria van Hongarije en Lodewijk, naar het ontwerp van Michiel Coxcie Bron: http://www.mleuven.be

Kennismaking zonder meer

‘Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël’ is wat mij betreft geen beklijvende tentoonstelling. Maar als kennismaking met de kunstenaar kan de expo tellen, des te meer omdat het de eerste overzichtstentoonstelling is. In de zeven zalen krijg je dankzij de audiogids een chronologisch overzicht van zijn leven en oeuvre, met een historische contextualisering. Op zich gaat het niet om zoveel werken, maar het aantal is groot genoeg om de diversiteit van het oeuvre van Coxcie te kunnen inschatten.

Een bezoek aan de tentoonstelling – dat overigens niet meer dan zo’n 1,5 uur in beslag neemt – is zo perfect te combineren met een ontbijt of lunch in het M-café. Een gezellige plek waar je overigens misschien noodgedwongen belandt als je niet let op de openingsuren van M, dat elke dag pas om 11u opengaat. Het is dan ook niet slecht om er al tien minuten voor openingstijd naartoe te gaan, anders zou je wel eens moeten aanschuiven. Dat overkwam mij vanmorgen: een rij van wel vijftien mensen die slechts langzaam korter werd – door de trage en norse dames aan de kassa.

‘Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël’. Gezien op 19/01 in M Leuven. Nog tot en met 23 februari 2014. Tickets kosten € 12 (€ 10 kortingtarief), inclusief audiogids. Er is ook een audiogids voor kinderen, met de stemmen van Ketnetwrappers Niels en Sien.

Uitgebreide informatie over de tentoonstelling en het leven en werk van Michiel Coxcie vind je op de website van M Leuven http://www.mleuven.be/coxcie/home/tentoonstelling/.

Bespaar 400 euro per maand

Vanaf vandaag ligt de ‘Crisis Survivalgids’ van Saskia Scheerlinck in de winkel. Voor net geen twintig euro koop je een boek vol tips om redelijk gemakkelijk honderden euro’s te besparen, gemiddeld zo’n 400 euro per maand.

Van marketingmanager naar thuismama

Het zoveelste budgetboek? Toch niet. Ik heb even getwijfeld om het boek op deze blog te bespreken. Het is aan de ene kant natuurlijk een boek en boeken vallen doorgaans – abstract bekeken – onder de algemene noemer ‘cultuur’. Dat het boek vol tips staat om je budget beter te beheren en het dus eigenlijk eerder op een consumentenblog zou passen, was dan weer een tegenargument. Maar omdat het boek verder gaat dan oppervlakkige tips & tricks vond ik het wel relevant.

Saskia werkte tot voor enkele jaren als marketingverantwoordelijke voor een Belgische autobouwer. Ze klopte lange dagen en strikte (en bijgevolg stressy) deadlines waren dagelijkse kost. Tot ze zwanger werd. Ze besliste samen met haar man dat zij zou stoppen met werken. Hoewel niet haar man, maar zíj het meest verdiende. Ze moeten sindsdien rondkomen met één inkomen in plaats van twee. Saskia toont dan ook in haar boek hoe het ook anders kan, hoe je kan beslissen om uit de haastmaatschappij te stappen. Absoluut een ‘cultureel’ fenomeen dus;-).

Consuminderen en ‘declutteren’

De ‘Crisis Survivalgids’ is een pleidooi voor consuminderen, ‘declutteren’ (opruimen en wegdoen zeg maar) en bewust omgaan met de tijd en het budget die je hebt. Aan de hand van twaalf hoofdstukken loodst ze je door het jaar en vertelt ze hoe zij – en jij dus ook – maand per maand kan besparen. Op kledij bijvoorbeeld, door een ‘capsulegarderobe’ uit te bouwen, tweedehands te kopen en aan ‘swishing’ te doen (kleren met elkaar ruilen op basis van een puntensysteem, zie www.swishing.be). Of op reizen, door online prijzen te vergelijken, vluchten te boeken vanuit de voordeligste luchthavens en net na middernacht vliegtickets te kopen. En ja, zelfs op uitgaven voor je kinderen, door speelgoed en kleren tweedehands te kopen: via rommelmarkten, internetveilingen of zoekertjeswebsites.

Uitgeven om te besparen

Het is wel een contradictio in terminis: geld uitgeven voor een boek dat je (misschien?) zal helpen besparen. Maar ik denk wel dat je het geld terugverdient als je enkele tips in je leven introduceert. Waar het boek in elk geval in slaagt, is je doen nadenken over je uitgaven en consumptiepatroon. Alleen in dat opzicht al stelt het boek je huidige levensstijl in vraag. En als je na die confrontatie wil starten met besparen, dan is de eerste stap volgens Saskia heel duidelijk: een overzicht maken van al je uitgaven. Nadien kies je zoveel tips uit als je lief is. Uiteraard staan er heel wat ‘bekende’ tips in het boek, maar ook enkele die ik nog niet gehoord had: de ‘capsulegarderobe’ bijvoorbeeld en het ‘givekot’.

Het boek leest vlot en op het einde van elk hoofdstuk vind je een lijstje van de besproken tips. Saskia geeft ook heel duidelijk aan hoeveel zij op basis van die tips heeft kunnen besparen. Het blijft dus niet vaag, maar wordt net heel concreet dankzij haar eigen cijfers. Die kunnen dan ook enkel maar een stimulans zijn om zelf evenveel of zelfs meer te besparen. Maar, je moet wel opletten, want net zoals een crashdieet werkt een ‘crasbesparing’ niet, zoals Saskia uitlegt. Bij een crashdieet beland je misschien de derde dag al in het frietkot. Wel, als je plots te drastisch gaat besparen, ga je op dag drie misschien fanatiek shoppen. Stap per stap dus, euro voor euro.

‘Crisis Survivalgids’ van Saskia Scheerlinck, uitgegeven bij Manteau – WPG, richtprijs € 19,99. Meer informatie vind je via www.crisissurvivalgids.be. Er is ook een leuke Facebookpagina www.facebook.com/crisissurvivalgids.

Als je dit boek in de bibliotheek vindt, bespaar je natuurlijk al bijna 20 euro;-).

Henry van de Velde: wie was dat ook al weer?

Henry van de Velde. Als je in een quiz zoals pakweg ‘De Slimste Mens’ de vraag zou krijgen wat je over die man weet, zou je dan kunnen antwoorden? Ik had in elk geval niet alle punten kunnen scoren voor ik de expo ‘Henry van de Velde: Passie. Functie. Schoonheid’ had gezien in het Jubelparkmuseum. Het was vandaag de laatste dag van de tentoonstelling, maar om jouw quizkennis over van de Velde bij te schaven deel ik graag de volgende weetjes aan de hand van tien foto’s.

1. Creatieve duizendpoot

Henry van de Velde was een kunstenaar, architect en interieurontwerper. Hij werd geboren in Antwerpen in 1863 en stierf in Zürich 1957. Tijdens zijn leven woonde van de Velde in België, Duitsland en Zwitserland.

2. Getrouwd met zijn zielsverwant

Henry trouwde met Maria Sèthe, een leerlinge van de schilder Theo Van Rysselberghe, die dit portret van haar maakte. Functionele schoonheid om zoveel mogelijk levenskwaliteit te kunnen creëren, dat was het levensmotto van Henry en Maria. Samen ontwierpen ze dameskledij en borduurwerk.

3. Eigenzinnige architect

van de Velde ontwierp verschillende woningen, zowel voor zijn eigen familie als voor klanten. Zijn eerste eigen woning ‘Bloemenwerf’ bouwde hij in Ukkel en was een totaalconcept. Hij ontwierp het van binnen naar buiten op maat van zijn familie. De villa stond vorig jaar nog te koop voor 2,45 miljoen euro.

4. Ontwerper van objecten

van de Velde legde zich ook toe op het ontwerpen van voorwerpen, zoals keramiek, porselein, lederwaren, meubels, verlichting, zilveren objecten… Hij leidde ambachtslieden en fabrikanten op zodat ze zijn ideeën konden realiseren.

5. Artistieke auteur

van de Velde maakte niet alleen ontwerpen van objecten, hij schreef ook over zijn opvatting van architectuur en design. Toen hij overleed had hij meer dan honderd essays en boeken op zijn naam staan en (het grootste deel van zijn) memoires. Hij heeft ook heel wat boekbanden ontworpen, waarbij hij veel aandacht schonk aan de typografie. ‘De lijn is een kracht’ was zijn stelregel als het op versiering aankwam. Hij hield van eenvoudig, abstract design.

6. Aan de wieg van ‘Bauhaus’

In 1902 stichtte van de Velde het Seminarie voor Kunstambachten in Weimar (Duitsland), waar hij op dat moment artistiek adviseur was. De school bood een professioneel programma waar ambachtslieden en fabrikanten konden leren schetsen, modelleren, boekbinden, tapijtknopen, weven, keramiek en metaal maken… van de Velde nam in 1914 ontslag als directeur, nadat er al lange tijd problemen waren met de financiering van het Seminarie. Hij duidde later in 1919 de jonge architect Walter Gropius aan als zijn opvolger. Het Seminarie ging opnieuw open, deze keer onder de naam Bauhaus. Henry van de Velde stond dus mee aan de wieg van deze designbeweging.

Bron: en.wikipedia.org

Bron: en.wikipedia.org

7. Stichter van een designschool in België

In 1926 werd in ons land het Hoger Instituut voor Decoratieve Kunsten opgericht. van de Velde was verantwoordelijk voor de leiding en de uitbouw van ‘de school van Ter Kameren’. Hij voerde het Bauhaussysteem in naar het model van Gropius’ school. De ‘École Nationale Supérieure des Arts Visuels de la Cambre’ is op dit moment een van de belangrijkste scholen voor design, nieuwe media en visuele kunsten in ons land.

Bron: personales.upv.es

Bron: personales.upv.es

8. Koninklijke opdrachten

Voor ons koningshuis ontwierp van de Velde de interieurs van de ferryboten Prins Boudewijn en Prins Albert en voor koning Leopold III een heus bureau (met voetverwarming) en antichambre.

9. Bedenker van de Boekentoren

De Boekentoren in Gent die deel uitmaakt van de universiteitsbibliotheek is ontworpen door van de Velde. Het gebouw opende al in 1937, hoewel de site pas in 1957 volledig klaar was (meer informatie over de Boekentoren vind je hier http://www.boekentoren.be/boekentoren_mod2.aspx?url=gebouw)

10. Belgisch visitekaartje

van de Velde tekende het Belgisch paviljoen voor de internationale tentoonstelling in Parijs in 1937 en de wereldtentoonstelling in New York in 1939.

Bron: www.bellsforpeace.org

Voor meer informatie over Henry Van de Velde kan je terecht op de website van Cobra, waar een zeer uitgebreide pagina met veel extra’s aan Van de Velde gewijd is http://www.cobra.be/cm/cobra/nog/nog-architectuur/130403-sa-henryvandevelde150

‘Henry van de Velde: Passie. Functie. Schoonheid’, gezien op 12/01 in het Jubelparkmuseum in Brussel http://www.kmkg-mrah.be/nl/expositions/henry-van-de-velde

Wanneer wordt een robot een mens?

Stel dat je een robot kon kopen die kookt, poetst, strijkt, babysit, opruimt… en er bovendien ook aardig uitziet. Zou je dan zo’n exemplaar aanschaffen? En stel dat er een robot bestaat die speciaal ontworpen is om ouderen te helpen, en zelfs kan reanimeren en de hulpdiensten waarschuwen. Zou je voor je ouders dan nog een rusthuis overwegen?

Mens met USB-poort

In het hedendaagse Zweden zoals het in de SF-fictiereeks ‘Real Humans’ (of oorspronkelijk ‘Äkta människor’) wordt voorgesteld zijn zo’n vragen niet langer hypothetisch. ‘Hubots’ zijn er deel van de maatschappij. Hubots zijn humane robots, die er min of meer als een mens uitzien en zich ook zo gedragen. Gevoelens hebben ze niet, maar ze kunnen zich wel inleven in menselijke emoties en heel wat herinneringen opslaan. Naast hun helblauwe machineachtige ogen herken je hen aan de USB-poort in hun nek, waarmee ze zich opladen.

Sinds de intrede van de hubots (of eerder ‘exploitatie’) is de Zweedse samenleving erg veranderd. Bedrijven zijn nog meer geautomatiseerd en hubots nemen vaak de plaats in van ‘gewone’ werknemers. Liefde tussen mensen en hubots komt meer en meer voor en vallen voor hubots wordt zelfs beschouwd als een eigen geaardheid. Bij de politie is er ook een aparte eenheid opgericht die gespecialiseerd is in hubotmisdaden. Zij houdt zich onder andere bezig met het bestrijden van het illegale prostitutienetwerk waar gestolen en gemanipuleerde hubots worden ingezet. En dan is er nog de beweging ‘Äkta människor’ (waaraan de serie haar naam ontleent), die voor ‘echte’ mensen is en tegen hubots.

Familie Engman en co

Centraal in de serie staat de familie Engman. Hans en Inger hebben samen drie kinderen: Matilda, Tobias en Sofia. Inger, die advocaat is, houdt niet van hubots, maar heeft er wel een gekocht voor haar vader, een huishoudhubot met de naam Ödi. Als die stuk gaat, trekt Hans naar de ‘Hubotmarket’ voor een nieuwe. Hij kan de aanbieding van de verkoper niet afslaan en koopt twee hubots voor de prijs van een. Een voor zijn schoonvader en een voor… thuis. Mimi. Niet zomaar een hubot.

Naast hen woont Roger, wiens relatie met Therese op de klippen loopt als hij haar doet kiezen tussen hem en haar nieuwe hubot, Rick. Therese gaat van hem weg en neemt Rick en haar zoon mee, die hij ondertussen als zijn eigen zoon beschouwde. Ondertussen ziet Roger hoe zijn baas steeds meer hubots aanneemt en zijn eigen werk als toezichthouder aan belang moet inboeten.

Maar naast de vriendelijke hubots die slaafs bevelen opvolgen, zwerft er ook een bende wilde hubots rond. Zij hebben geen eigenaar en willen het juk van de mens definitief van zich afgooien. En dat terwijl ze intelligenter dan de mens dreigen te worden.

Relevantie

Ik ben absoluut geen SF-fan, maar deze reeks is relevant omdat zij ons doet nadenken over de vooruitgang van de technologie en de gevolgen daarvan. De serie neemt ons immers mee naar een Zweden waar de klok niet meer kan worden teruggedraaid. Wij hebben nog de keuze.

Vooral tijdens de eerste afleveringen wordt gefocust op de sociologische veranderingen die de productie van hubots met zich heeft meegebracht en hoe moeilijk het is voor de ‘echte’ mensen om die een plaats te geven. Hoewel Inger aanvankelijk tegen de komst van hubot Mimi is, geeft ze na een proefperiode van twee weken toe. Op voorwaarde dat alle gezinsleden respect hebben voor ‘haar’ (want Mimi moet als een vrouwelijke persoon worden gezien) en haar behandelen als een lid van het gezin, en Mimi vrije tijd krijgt. En de ‘hubotkwestie’ overstijgt het niveau van het gezin. Welke rechten hubots hebben, is een vraag waarop hubots én mensen in de serie een antwoord proberen te zoeken. De quote van hubot Rick ‘dat we niet gebaard zijn door een vrouw, maakt van ons toch nog geen motorfiets?’ illustreert deze controverse heel goed.

Niet knipperen

Dat de serie al deze thema’s op een geloofwaardige manier kan aanhalen, heeft veel met de acteerprestaties te maken. De hubots wordt effectief vertolkt door acteurs van vlees en bloed. Zij acteren echter op zo’n manier dat je haast gelooft in het bestaan van hubots. Hun houterige en robotachtige bewegingen worden daarnaast in de verf gezet door aangepaste schmink, kostuums en kleurlenzen. Die laatste werden ongetwijfeld geleverd met stapels potjes oogdruppels, als je ziet hoe de hubotacteurs erin slagen amper te knipperen.

Naarmate de serie vordert neemt de SF het over ten kosten van de geloofwaardigheid. Ik vind dan ook de eerste helft van het eerste seizoen beter dan de tweede helft. Op dit moment zijn de opnames van het tweede seizoen bezig.

Het eerste seizoen van ‘Real Humans’ is verschenen op DVD en voordelig uit te lenen bij de openbare bibliotheek.

De slechterik die geen slechterik meer wilde zijn

Ik heb op familiefeesten al ooit heel wat dierenfilms gezien. Mijn nichtjes (en enkele neven) hielden niet zo van spelletjes en dus belandden we vaak voor de tv met een of andere videofilm. De dvd was in die tijd immers nog niet aan zijn opmars toe. En het toeval wou dat al mijn nichtjes dierenliefhebbers waren, dus al die films met Lassie, Babe, Beethoven, Shiloh en andere lieftallige viervoeters heb ik gezien. Toen iemand tijdens het afgelopen familiekerstfeest voorstelde om samen een film te kijken, was ik akkoord op een voorwaarde: géén dierenfilm.

We zijn ondertussen allemaal een stuk ouder,  maar mijn kleine zus van negen was erbij, dus was de keuze voor een animatiefilm snel gemaakt. En het viel me op hoe populair dierenfilms vandaag nog altijd zijn. Scroll maar eens door de kinderfilms van Prime, Belgacom of Telenet en je moet de dieren van je afslaan: Garfield, Scooby-Doo, Lorax, Ice Age… Het was niet simpel om een compromis te bereiken over een niet-dierenfilm, maar uiteindelijk is dat toch gelukt: ‘Wreck-It Ralph’.

Rammende Ralph

Ik had al vaag wat van de film gehoord, vermoedelijk door reclame toen hij eind 2012 in de bioscoop uitkwam. Maar verder zei de film me weinig, mede door de weinigzeggende, stuntelige titel. De Nederlandse vertaling van de naam van het hoofdpersonage is bovendien niet veel beter: ‘Rammende Ralph’. Alsof ze op zoek móesten naar een alliteratie met de onontkoombare naam Ralph.

Maar tot mijn grote verbazing heb ik me 108 minuten kostelijk geamuseerd. Want ‘Wreck-It Ralph’ is een ontzettend grappige film, met zowel humor voor kinderen als volwassenen. Nergens anders zal je uitspraken horen als ‘Dekarameliseer deze man zodat we zien met wie we te maken hebben’ en ‘Zalige zuurtjes op een zitzak, het is me gelukt!’. De film is doorspekt met taalgrapjes en woordspelingen, tot de namen van de personages toe. Rammende Ralph (akkoord, die is minder geslaagd) wordt bevriend met Vanillope von Schweiz. Heerlijk toch?! Voor de Vlaamse prent is er dus ook heel wat werk in het vertalen gekropen.

Eenzame slechterik

Maar om de woordgrapjes te snappen moet ik misschien eerst wat meer vertellen over het verhaal. Ralph – een reusachtige man met enorme armen en handen – is ongelukkig omdat hij de slechterik is in het videospelletje ‘Fix-It Felix’ en door alle andere bewoners van het spel wordt uitgesloten. Niemand vindt hem sympathiek en hij leeft alleen op een vuilnisbelt. Zelfs op het feestje van het dertigjarig bestaan van de game wordt hij niet uitgenodigd. Iedereen heeft alleen bewondering voor Felix, de held van het spel, die erin slaagt de ene medaille na de andere te scoren. Omdat Ralph ook eens een held wil zijn, besluit hij zijn spel te verlaten en in een ander spel een medaille te bemachtigen. Dat gaat omdat in de ‘arcade’ of spellenhal waar ‘Fix-It Felix’ staat, ook heel wat andere spellen op dezelfde stekkerdoos aangesloten zijn.

Slechterik in snoepjesland

Zo belandt Ralph in ‘Heroes Duty’, een heftig spel waar een korps gepantserde special force soldaten het opnemen tegen ‘cybers’, spinnen die een cybervirus verspreiden. Ralph slaagt erin daar een medaille te halen, maar neemt op de terugweg naar zijn eigen spel per ongeluk zo’n cyber mee. De cyber ontsnapt, kaapt de medaille mee en vlucht naar ‘Sugar Rush’, een ander spel in de spellenhal. Ralph gaat hem achterna, wanhopig op zoek naar zijn medaille, in het snoepjesland waar kleurrijke racers het tegen elkaar opnemen in een mierzoete race. 1 snoepjesland, 1 cyber en 1 Rammende Ralph is geen goede combinatie voor een rustig spel, zo blijkt al snel. Des te meer omdat ook ‘Fix-It Felix’ op zoek gaat naar Ralph (zonder slechterik heeft hij geen spel meer), net als de sexy aanvoerster van het soldatenkorps uit ‘Heroes Duty’ de ontsnapte cyber opspoort voordat die een virus over de hele spellenhal kan verspreiden. En oh ja, dan is er nog Vanillope von Schweiz die graag mee wil racen in ‘Sugar Rush’, maar niet mag van Koning Karamel, die er een geheime agenda op nahoudt.

Disney op z’n best

Heel wat verhaallijnen dus voor een Disneyfilm, maar naarmate de film vordert smelten ze wel allemaal samen. En de manier waarop is uiterst creatief en fantasierijk. ‘Wreck-It Ralph’ lijkt me ideaal entertainment voor een regenachtige namiddag met de hele familie. En waarom zouden de kinderen nadien niet aan de slag gaan met potloden en papier om hun zelfbedacht game te tekenen?

De trailer van de Vlaamse versie:

De trailer van de originele versie (waar ik ook – bij afwezigheid van kinderen – de voorkeur aan geef:-))

 ‘Wreck-It Ralph’ is uit op DVD.

Assepoester 2.0

Na de dood van haar moeder blijven Assepoester en haar vader alleen achter. Hij hertrouwt al snel met een boosaardige vrouw die twee onuitstaanbare en lelijke dochters heeft. Als ook hij overlijdt, ligt het lot van Assepoes in de handen van haar stiefmoeder. Maar alles verandert als de prins na een ontmoeting op het bal net háár wil. Met dank aan wat magie, een prachtig kleed en een paar nieuwe schoenen. Dankzij haar glazen muiltje vindt hij haar terug na haar plotse vertrek van het bal.  En ze leefden nog lang en gelukkig.

Dat is het verhaal van Assepoester zoals we het kennen. Als een traditioneel, mierzoet sprookje waar we na onze prille kindertijd niet bepaald meer wild van worden. Een musical over Assepoester zou dan ook heel clichématig kunnen zijn, zoals de versie die nu in Nederland wordt gespeeld eruitziet.

Maar regisseur Stany Crets heeft voor een totaal andere aanpak gekozen. Hij heeft het sprookje afgestroopt tot de rode draad van het verhaal en er dan een eigen interpretatie van gemaakt, met ontzettend veel creativiteit.

De stiefmoeder schittert

De musical heeft in alle opzichten mijn verwachtingen in het kwadraat overtroffen. De muziek (van Ad van Dijk) is mooi én rijk aan afwisseling. De sprookjesfiguren barsten zowel uit in typische melige musicalballads als in heuse rockliederen. Het zangniveau is ook ontzettend hoog. Charlotte Campions haar pure stem past perfect bij de broze Assepoester en haar stem en die van haar ‘overleden moeder’ (Jasmine Jaspers) lopen zelfs soms in elkaar over. Maar wat zangkwaliteiten en acteerprestaties betreft, is er toch iemand die uitblinkt in deze voorstelling: Ann Van den Broeck. Van den Broeck kennen we van eerdere musicals (‘Spamalot’, ‘Shrek’) en tv-werk (‘Thuis’, ‘Spoed’, ‘Happy Singles’) en nu neemt ze met verve de rol van de boze stiefmoeder voor haar rekening.

Kostuums met een twist

Dat heeft ze voor een stukje ook wel te danken aan de prachtige kostuums en het sublieme decor. Het decor verandert voor een Vlaamse musical – als ik dat zo mag zeggen;-) – ontzettend veel en er zijn verschillende verrassende decorelementen zoals vuurspuwers, een reusachtige engel die vanuit de hemel neerdaalt en wanden vol krantenartikels die stukjes van Assepoes’ verhaal vertellen. De kostuums zijn traditioneel geïnspireerd maar afgewerkt met een twist, zodat je lakeienkostuums krijgt met goudkleurige leggings en witte korte verpleegsterkleedjes met een rood kruis op hun borsten. Stany Crets is de meester van de knipoog.

Humor in hotpants

De musical is doorspekt met humor, die naar mijn gevoel meer op volwassenenmaat is geschreven dan voor kinderen. Woordspelingen en situatiehumor wisselen elkaar af. Als de gouvernante van de prins in kwestie (‘Meneer Het Prinske’) beslist dat Meneer een vrouw nodig heeft, zegt ze dat ze een bal zal organiseren. Enkele ogenblikken later staat de scène vol voetballers die een nummer doen met dans, zang, en … voetballen.

En dan zijn er nog de boze stiefzussen, die met Maaike Cafmeyer en Fleur Brusselmans een ietwat andere invulling krijgen dan in het oorspronkelijke verhaal. In hun korte hotpants en gekleurde leggings zorgen ze à la Cafmeyer voor heel wat hilariteit. Crets geeft in een interview toe dat hij helemaal in het begin eraan dacht om samen met Peter Van den Begin in de huid van Debby en Nancy te kruipen om de rollen van de boze stiefzussen te vertolken. Ik ben ontzettend blij dat hij dat niet gedaan heeft. Want niet alleen had hij op die manier van de tere Assepoes een platvloerse parodie gemaakt, maar dan hadden we ook Cafmeyers heerlijke musicalprestaties moeten missen.

De reporter neemt je bij de hand

En Crets is bovendien zelf aanwezig in de musical, zij het niet in de vorm van een ‘spiegel van zichzelf’ zoals hij de reporter noemt door wiens ogen we het verhaal volgen. De ‘cynische verslaggever’ leidt het verhaal in en begeleidt de toeschouwer tot het einde, of toch bijna.

Geen kritiek?

Of ik dan niets heb aan te merken? Toch wel:-). De musical was niet overal even sterk. De scène waarin ‘Meneer Het Prinske’ wordt voorgesteld is wat te lang en platvloerser dan de rest van de musical. Ik had schrik dat dat een kantelmoment was, maar na de scène herpakte het verhaal zich. Ook het begin van het tweede deel was minder sterk dan het eerste deel – misschien omdat ook de acteurs wat verveeld waren na de extra lange pauze wegens een technisch defect? In elk geval duurde de musical best lang en hadden er enkele scènes of in elk geval bepaalde ‘uitweidingen’ geschrapt kunnen worden. En tja, dan toch nog een praktische tegenvaller: de CD van de musical is nog niet klaar. Je kon hem wel bestellen en afhalen tegen half januari. Of laten opsturen, maar dan moest je wel € 2,50 meer betalen. Musical van Vlaanderen zal daardoor ongetwijfeld minder CD’s verkopen. Want wat is er nu leuker dan de dagen nadat je een musical hebt gezien de muziek keer op keer opnieuw beluisteren:-)?

Gezien op 3/01 in Capitole Gent. ‘Assepoester: het tamelijk ware verhaal’ loopt nog tot 12 januari 2014 in Capitole Gent http://www.musicalvanvlaanderen.be/musicals-mvv/producties/assepoester.

Er is een trailer van de musical, maar ik vind dat die eigenlijk niet echt weergeeft hoe de musical echt is. Hij is vermoedelijk al lang voor de echte repetities opgenomen.