Stop met dromen en begin te leven

Walter Mitty is een grijze muis die meer tijd doorbrengt met dagdromen dan te genieten van het leven hier en nu. Hij werkt op de fotoafdeling van het magazine ‘Life’, dat voor alles staat waar Mitty niet aan meedoet:

‘To see life; to see the world; to eyewitness great events; to watch the faces of the poor and the gestures of the proud; to see strange things — machines, armies, multitudes, shadows in the jungle and on the moon; to see man’s work — his paintings, towers and discoveries; to see things thousands of miles away, things hidden behind walls and within rooms, things dangerous to come to; the women that men love and many children; to see and take pleasure in seeing; to see and be amazed; to see and be instructed…’

Mitty beleeft de spannendste dingen in zijn dagdromen, maar durft in het echte leven niet voor zichzelf op te komen, noch voor zijn gevoelens uit te komen. In dat opzicht is de Franse vertaling van de titel ‘La Vie Rêvée de Walter Mitty’ eigenlijk meer toepasselijk dan de originele titel ‘The Secret Life of Walter Mitty’. Maar als Mitty een fotograaf-avonturier achterna moet reizen op zoek naar een verloren foto, moet hij zijn droomwereld wel verlaten.

Ben Stiller

Ben Stiller neemt de rol van Walter Mitty voor zijn rekening en doet dat op een overtuigende en authentieke manier. Het is een heel andere vertolking dan zijn rollen in de ‘Meet The Parents’-trilogie bijvoorbeeld. Stiller heeft de film ook geregisseerd. Het gaat eigenlijk om een remake van een film uit 1947, die op zijn beurt gebaseerd is op een kortverhaal uit 1939 van James Thurber. Hoewel het verhaal van Stillers film slechts in grote lijnen overeenkomt met het originele Mitty-verhaal.

Bron: en.wikipedia.org

Bron: en.wikipedia.org

Door het verhaal van Thurber zou volgens Wikipedia de Engelse woordenschat verrijkt zijn met de uitdrukkingen ‘Walter Mitty’ en ‘mittyesk’, die verwijzen naar iemand die meer in zijn dagdromen leeft dan in het echte leven en (met een negatieve connotatie) naar iemand die zich voordoet als iemand anders.
Feelgoodfilm

‘The Secret Life of Walter Mitty’ is een heel fantasierijke, poëtische en originele film. Je wordt meegezogen in de droomwereld van Walter Mitty en verkent in de loop van de film samen met hem de mogelijkheden van het ‘echte’ leven. De aanpak is soms wat ‘cheesy’, en de film past zo volledig bij de eindejaarsperiode, maar hij weet toch te verrassen. Ook de prachtige beelden van de landen waar Mitty naartoe reist, doen je zelf dromen van verre reizen. De humor die Stiller gebruikt is soms subtiel van aard, maar evengoed meer uitgesproken tijdens zijn absurde dagdromen. Je stapt de cinema met een goed gevoel buiten.

Gezien op 23/12 in Kinepolis Leuven.

Advertenties

Matteo Simoni kan meer dan ‘de Smos’

De recensies waren niet erg lovend, dus ben ik met weinig verwachtingen naar ‘Marina’ gaan kijken, de film van Stijn Coninx die gebaseerd is op het leven van Rocco Granata. Maar de film is wat mij betreft veel beter dan sommige recensies beweren en heeft mijn verwachtingen in het kwadraat overtroffen.

Akkoord, de film heeft niet de kwaliteiten van Vlaamse topfilms als ‘Hasta La Vista’ of ‘The Broken Circle Breakdown’, maar het is wel een mooi verhaal dat ontroert. Matteo Simoni die de rol van de jonge Rocco Granata voor zijn rekening neemt, is heel overtuigend. Hij toont in ‘Marina’ dan hij meer kan dan typetjes vertolken zoals Smos in ‘Safety First’. Hoewel zijn naam iets anders doet vermoeden, sprak Simoni vóór de film geen Italiaans. Zijn grootvader is een immigrant, die net zoals de vader van Rocco Granata naar België is gekomen om in de mijnen te werken. Maar Matteo’s vader en hij zijn in Vlaanderen geboren. Simoni heeft Italiaans geleerd voor zijn rol, net als accordeon én Vlaams met een Italiaans accent. Met daarbovenop een Limburgse toets. Een interview dat je op YouTube vindt, toont hoe graag Matteo de rol wilde en hoe goed hij zich heeft voorbereid:

Simoni neigt wel soms naar een imitatie van Rocco Granata, in plaats van een eigen interpretatie. Wat jammer is, want die momenten zijn minder geloofwaardig. De heesheid die hij probeert na te doen bijvoorbeeld komt heel geforceerd over. Hoewel Simoni het blijkbaar net heel belangrijk vond om die toe te voegen aan zijn personage (vanaf 1’20”).

Ook Evelien Bosmans moet soms wat inboeten aan authenticiteit, als haar personage Helena zich naïever en kinderlijker voordoet dan aannemelijk is. Maar de film overtuigt in zijn geheel, zeker ook dankzij de sterke acteerprestaties van de Italiaanse acteurs Luigo Lo Cascio en Donatella Finocchiaro, die de rollen van Rocco’s ouders op zich nemen.

Rollen die heel belangrijk zijn voor het verhaal over Granata’s leven, want dat is er een van migratie. Rocco’s vader beslist om naar België te komen om in de mijnen te werken en laat al snel zijn gezin overkomen. En op dat moment begint Rocco’s strijd om zich te integreren, om niet langer een ‘vreemdeling’ te zijn. Maar da’s in het tamelijk racistische Limburg in de jaren 50 niet evident. Alleen wanneer hij muziek speelt voor een publiek wordt hij ‘zichtbaar’ voor anderen en zien ze hem als een van hen.

‘Marina’ zet Rocco Granata weer op de kaart. Een generatie die te laat is geboren om hem naar waarde te schatten, kan hem op deze manier leren kennen. En leren respecteren. Want hoewel de film slechts ‘gebaseerd is op’ zijn leven en geen gedetailleerde biografie beoogt, krijg je als kijker wel inzicht in de moeilijke strijd die hij heeft gestreden om te doen wat hij het liefste wilde: muziek maken.

Gezien op 21/12 in Utopolis Mechelen.

Maak kennis met India

Sinds 4 oktober loopt Europalia India, dat is de 24e editie van Europalia International, een internationaal kunstenfestival. Tot 26 januari zijn er in het hele land (en ook in enkele steden in Nederland) culturele activiteiten om India in al zijn facetten beter te leren kennen. Het programma is heel divers: tentoonstellingen, dans- en muziekoptredens, filmvoorstellingen, lezingen over literatuur… Ik ben naar de twee tentoonstellingen gegaan die centraal staan in het festival: ‘India Belichaamd’ en ‘Indomania’.

India Belichaamd

Europalia India 2

De titel van de tentoonstelling spreekt eigenlijk voor zich. Al de objecten die verzameld zijn geven een idee van de manier waarop het lichaam in de brede zin van het woord in India wordt voorgesteld. Boeddha krijgt in beelden bijvoorbeeld vaak enkel gestalte als voetafdrukken. Wij zouden daarentegen vreemd opkijken als we in een kerk een beeld van de voeten van Jezus zouden zien. Maar er is meer dan alleen maar sculpturen. Ook schilderijen, tapijten, juwelen… zijn allemaal in de tentoonstelling opgenomen. En door de kijk van hun kunstenaars op de dingen leer je veel over de Indische cultuur. Dat in India de belangrijkste religies het boeddhisme, het hindoeïsme en het jaïnisme zijn bijvoorbeeld. En dat er ruwweg zo’n 33 miljoen goden zijn voor een Indiër.

Maar jammer genoeg blijft de achtergrondinformatie ontzettend beperkt. Er zijn bijna geen infopanelen en de audiogids is heel summier. Om een voorbeeld te geven: er is een audiogids voor kinderen (die je herkent aan de nummers met de twee kleine voetjes ernaast) en enkel daar krijg je uitleg over de drie belangrijkste goden van het hindoeïsme. Ik weet niet hoe het met jouw India-kennis gesteld is, maar ik was blij (tenminste even als opfrissing) te horen dat dat Brahma, Vishnu en Shiva zijn. De organisatoren van de tentoonstelling veronderstellen dus behoorlijk wat voorkennis. Het helpt wel als je vooraf op z’n minst even de Wikipedia-pagina over India doorneemt en misschien wat extra informatie. Wat het doel van om het even welke tentoonstelling en deze in het bijzonder toch wel op z’n kop zet. Want zo’n programma als Europalia International is toch bedoeld als kennismaking?

Om jou alvast genoeg voor te bereiden: Brahma is de god die de wereld heeft gebouwd; Vishnu beschermt alles en iedereen en als de wereld in gevaar is, daalt hij af naar de aarde; Shiva is de god van de vernietiging, maar tegelijkertijd van de vernieuwing.

Indomania

Hoewel het misschien logisch lijkt om de twee expo’s na elkaar te doen (je kan ook een combiticket kopen), is de combinatie niet van de poes. Voor ‘India Belichaamd’ heb je toch al snel een kleine 2 uur nodig. Je kan wel altijd een pauze nemen met een lunch bijvoorbeeld. Maar dat heb ik niet gedaan, en dat was achteraf gezien misschien niet zo’n goeie beslissing. Want het is veel en ‘Indomania’ vraagt misschien nog meer je aandacht dan ‘India Belichaamd’. Want waar ‘India Belichaamd’ je direct confronteert met objecten uit India, gaat het in ‘Indomania’ om de invloed van India in de westerse kunst en cultuur. De expo begint in feite met het begin van de kruisbestuiving: de handelsroute van Vasco da Gama.

De eerste voorstellingen van India in het westen zijn terug te vinden in reisverslagen, waarin het land geassocieerd wordt met monsters (de manier waarop Indiërs hun goden verbeelden) en luxe (door het textiel en de specerijen, die ook al snel van daaruit worden ingevoerd). Maar ook de missionarissen spelen een grote rol in de interculturaliteit. Ze nemen tekeningen en schilderijen van Jezus Christus mee, die de Indiërs vertrouwd maken met de westerse kunst. Daarna wordt de wisselwerking alleen maar groter, tot de Beatles toe, zoals de ondertitel ‘van Rembrandt tot de Beatles’ graag benadrukt.

De uitleg in ‘Indomania’ is veel uitgebreider dan in ‘India Belichaamd’, maar door de thematiek blijft ‘India Belichaamd’ een meer toegankelijke tentoonstelling. Je moet al wat kunstminnend zijn om je gading te vinden in ‘Indomania’. Als je de twee tentoonstellingen toch wil combineren, zou ik starten met ‘Indomania’. Precies omdat de andere tentoonstelling wat lichter is. Het is wel een kleine investering, want voor een combiticket betaal je € 23 (inclusief 2 audiogidsen). Maar het is de moeite waard om een zondag aan te besteden.

Gezien op 8/12 in BOZAR in Brussel.

Je kan het programma van Europalia India online raadplegen en gratis bestellen via de website http://www.europalia.eu/nl/home/home_82.html .

‘Catching Fire’ mist verhaal

Ik ben vorig jaar eerder toevallig voor ‘The Hunger Games’ in de cinema beland. Ik was absoluut niet mee met de hype, maar was gefascineerd door het grote aantal mensen dat de boeken een voor een verslond. En na de film begreep ik inderdaad min of meer wat er zo fantastisch is: de plot is best origineel en zit goed in elkaar en de lezer (of kijker) krijgt zowel heel wat actie als romantiek voorgeschoteld. En de verfilming is creatief uitgewerkt, met mooie decors en de gekste personages uitgedost in aparte kostuums. Behalve het compleet morbide karakter van de hongerspelen zelf* – waarover ik toch wel wat verontwaardigd was, des te meer omdat het een jongerenboek is – heb ik me die avond goed geamuseerd.

*Voor ‘The Hunger Games’-leek: tussen 2008 en 2010 schreef Suzanne Collins een SF- trilogie ‘The Hunger Games’ die zich afspeelt in Panem, een land in de toekomst dat ontstaan is in Noord-Amerika. Het land bestaat uit 12 districten en een hoofdstad, ‘Het Capitool’, waar president Snow in alle luxe regeert. De inwoners van de 12 districten werken bijna als slaven en lijden honger onder zijn totalitair regime. Maar zich verzetten durft niemand, want 74 jaar eerder heeft Het Capitool een opstand in district 13 de kop ingedrukt door het hele district én al de inwoners te vernietigen. Bovendien introduceerde Het Capitool de hongerspelen om de andere 12 districten te herinneren aan die ‘Donkere Dagen’. Tijdens die hongerspelen moet elk district een jongen en een meisje tussen 12 en 18 jaar opofferen, die het in een arena in een spel van leven en dood tegen elkaar én tegen 22 andere ‘tributen’ opnemen. De hongerspelen zijn voorbij als er nog 1 van de 24 kinderen in leven is. Vorig jaar is de film ‘The Hunger Games’ verschenen, een verfilming van het eerste boek. Nu loopt in de cinema ‘The Hunger Games: Catching Fire’, de verfilming van het tweede deel ‘Vlammen’. Vermoedelijk wordt volgend jaar deel 3 verfilmd, naar het boek ‘Spotgaai’.

De eerste film heeft een open einde, wat me nieuwsgierig maakte naar een vervolg. Vandaar dat ik mee ben gegaan naar deel twee. Maar eigenlijk had ik ‘Catching Fire’ helemaal niet moeten zien. Want de film mist verhaal. Hij herhaalt gewoon de eerste film.

Hunger Games 3 Hungar Games 2

*SPOILER ALERT* Katniss Everdeen uit district 12 slaagt er in de eerste film in om samen met de andere tribuut uit haar district – Peeta Mellark – de hongerspelen te overleven. Ze veinst een hevige verliefdheid voor Peeta en als alleen zij twee nog in leven zijn, overtuigt ze hem om samen zelfmoord te plegen. Zo moet geen van hen zonder de andere verder. Met deze slinkse truuk is ze de organisatoren van de spelen – die absoluut een overwinnaar nodig hebben – te slim af en slaagt ze erin hun beide levens te redden. Maar haar sluwe streken zijn de president niet ontgaan, en dat is waar de tweede film begint. President Snow verplicht Katniss om de schijn van smoorverliefd koppel hoog te houden tijdens de zegetoer langs alle districten. Want haar kleine daad van verzet heeft de districten hoop gegeven. Op verschillende plaatsen breken onlusten uit.

De spanning in Het Capitool stijgt en de president wil van de heldin Katniss af. Voor de 75e verjaardag van de Hongerspelen bedenkt hij dan ook een sluw plan. De 24 tributen worden geloot uit de winnaars van de voorbije jaren. Katniss en Peeta moeten dus opnieuw de arena in. Nog eens hongerspelen dus, goed voor een déjà-vue gevoel. Alleen is de relatie tussen Katniss en Peeta nu wat anders, precies omdat die laatste pas tegen het einde van de eerste film doorhad dat Katniss’ verliefdheid niet oprecht was. Terwijl zij voor hem de ware is. Maar Katniss heeft haar hart eigenlijk verloren aan Gale, een jongen die ze al kende van voor de hongerspelen. Het is een adolescentenroman voor iets natuurlijk.

In dat opzicht is ‘Catching Fire’ misschien ook alleen maar een waarheidsgetrouwe verfilming van het tweede boek. Ik heb het niet gelezen, maar wat mij betreft had Collins gerust mogen instemmen met één film die het tweede én het derde boek vertelt. Want al in het begin van de tweede film voel je de opstand aankomen, maar blijkbaar moet je voor het echte verzet wachten tot film drie. En dat is precies wat mij zo heeft ontgoocheld. Ik heb tijdens de volledige film het gevoel gehad dat ‘het verhaal’ nog moest komen. Dat de opstand wel zou beletten dat er een tweede sessie ‘hongerspelen’ op het scherm zou belanden. Maar niets is minder waar. Voor de echte actie en het vervolg van het verhaal heb je geduld nodig tot volgend jaar. ‘Catching Fire’ is in dat opzicht een intermezzo, een voorbereiding op wat komen zal. Maar eerlijk, een film wijden aan ‘voorbereiding’ is voor mij compleet overbodig. Ik ben op honger mijn blijven zitten.

Wie nieuwsgierig is, hier zijn de trailers van de twee films:

‘The Hunger Games: Catching Fire’, gezien in Kinepolis Leuven op 7/12.

Abke Haring daagt je uit

Holle woorden vliegen als pingpongballetjes over en weer. Vijf personages stapelen woorden op tot nietszeggende constructies die ergens in het luchtledige blijven hangen. Zonder iets te betekenen, zonder te raken. De mechanische bewegingen die de personages willekeurig uitvoeren, benadrukken het gebrek aan betekenis. De mens is een robot, die vervreemd is van zichzelf en van de anderen. Menselijk contact dat echt raakt, beroert lijkt niet meer mogelijk. En die kilheid wordt versterkt door het decor. Een leeg speelvlak met een doodse grijze vloer, gevuld met drie vreemde objecten. Een monsterlijke machine die af en toe beweegt en een mechanisch geratel uitstoot, een bureau dat best uit Star Wars zou kunnen komen en een metalen trapconstructie die tot aan het plafond reikt.

Dat is hoe ik de nieuwste productie van Abke Haring misschien het best kan omschrijven. Uiteraard staat de voorstelling in het programmaboek iets minder abstract beschreven, als een stuk over een nachtploeg fabrieksarbeiders die ‘met ingesleten discipline routineus hun handelingen voltrekken’. Maar meer verhaal kan je er echt niet in ontdekken. Dat was al tijdens de eerste tien minuten duidelijk (of waren het er maar vijf?) die in absolute stilte voorbijgingen. Ik probeerde de reactie van mijn vriend vanuit mijn ooghoeken op te vangen. En mijn vermoeden werd bevestigd, zijn lichaamstaal sprak boekdelen: dit is niet mijn ding. En eerlijk gezegd ook niet het mijne. Toegegeven, we hadden een vermoeden dat het wat alternatiever, experimenteler zou zijn. Maar dit hadden we echt niet verwacht. Als ik mijn gevoel tijdens die voorstelling zou moeten omschrijven, dan komt verbijstering het dichtst in de buurt. Niet meteen die avond ontspanning waar je naar uitkijkt na een lange werkdag.

Hoewel ik wat ontgoocheld in mijn bed ben gekropen – nog een avond die te snel voorbij was gegaan – is een theatervoorstelling zelden zo lang en in die mate blijven hangen als ‘Trainer’. Het is alsof er sindsdien een spin leeft in mijn hoofd, die een web probeert te weven tussen verschillende hersencellen, op zoek naar verbanden en een interpretatie van de opvoering. Mijn creatieve geest gaat in overdrive.

Die avond had ik misschien wat spijt dat we ondanks ons voorgevoel tickets hadden gekocht, maar achteraf gezien ben ik alleen maar dankbaar dat ik tegen mijn intuïtieve stroom in ben geroeid. Want wat hadden we anders gedaan? Op een doordeweekse avond zijn de mogelijkheden sowieso beperkter dan in het weekend – alleen al wat het tijdsbestek betreft. Dus dan beland je al snel voor de televisie. En zeg nu zelf: wat heeft die tegenwoordig nog te bieden? Ik ga er prat op dat een uitzending ‘Komen Eten’ of ‘De Beste Singer-Songwriter van Vlaanderen’ niet dagenlang in je hoofd blijft nazinderen of je uitdaagt om een eigen interpretatie te zoeken. Want zo’n programma’s blinken net uit in kant-en-klaar entertainment waar niet meer bij nagedacht moet worden.

Daarom heb ik me voorgenomen om mij meer te laten uitdagen. Precies tickets te kopen voor voorstellingen waar ik eigenlijk geen zin in heb. Het is misschien niet de eenvoudigste manier om een avond door te brengen – je loswrikken uit de zetel waar je na het eten zo gemakkelijk in belandt is niet altijd evident. Maar als ik bedenk hoeveel ik van een avond Abke Haring heb teruggekregen, ligt de motivatie voor de hand. Zo’n theatervoorstelling is een cadeau voor de geest. En ik kan het daarom ook alleen maar aan anderen aanraden. Durf jezelf uit te dagen, ‘Komen Eten’ wordt nog wel eens herhaald.

‘Trainer’ van Abke Haring. Gezien op 28/11 in STUK.

Ruimtereis voor € 9,95

‘Avatar’ was de eerste film in 3D in onze Vlaamse cinema’s en dat was ongeveer de enige keer dat ik vond dat het 3D-effect ook effectief een meerwaarde was voor een film. De afgelopen jaren zijn er meerdere films verschenen waarvoor ik tevergeefs € 2 extra heb betaald, omdat 3D er met de haren was bijgesleept. Waarschijnlijk puur om meer bezoekers naar de bioscopen te lokken of om op een gemakkelijke manier geld te verdienen met een remake van een film die tot dan toe ‘alleen’ in 2D bestond. Bespaart je de moeite van een volledig nieuw scenario, uiteraard. Maar ‘Gravity’ toont opnieuw wat 3D voor een verhaal kan betekenen.

Je bént namelijk in de ruimte en overwint de zwaartekracht net als Sandra Bullock en George Clooney. Je rol als toeschouwer vervalt en je raakt als passagier betrokken bij de onderzoeksmissie die ze tot een goed einde proberen te brengen. Een budgetvriendelijk alternatief voor een ‘echte’ ruimtereis, lijkt me. Ware het niet dat de trip ontaardt in een echte ‘stressvakantie’. Een soort rampenfilm op microniveau (hoewel de ruimte natuurlijk op zich wel ‘macro’ is, maar toch). Net als je denkt dat er niets meer kan misgaan, wordt je ongelijk bewezen. Maar er is geen uitweg, iets wat ik als toeschouwer zelfs fysiek heb ervaren. Op een bepaald moment overviel mij een beklemmend, bijna claustrofobisch gevoel. Ik snakte naar vaste grond onder mijn voeten. Gelukkig volstond het om even mijn 3D-bril af te zetten, maar het scheelde niet veel of ik was de zaal uitgelopen. Zó beklijvend is de film.

Maar daar moet-ie het wel grotendeels van hebben. Een bredere verhaallijn is er in feite niet, behalve dat Sandra Bullocks personage (Ryan Stone) enorm worstelt met de verwerking van de dood van haar dochtertje. Iets wat à l’américaine doorheen de film al eens clichématig in de verf wordt gezet en de naar romantiek snakkende kijker voorziet van zijn portie meligheid.

Toch is ‘Gravity’ een cinemabezoek mét 3D-toeslag waard, want de beelden (zoals  een prachtige blik op de aarde vanuit de ruimte) zijn fantastisch en Bullock en Clooney spelen zo overtuigend dat je je afvraagt hoe ze het klaarspelen zonder ooit echt in de ruimte te zijn geweest. Wie met misprijzen aan Bullock terugdacht als romcom ‘Miss Congeniality (1 én 2)’ actrice, moet zijn oordeel na ‘Gravity’ dringend bijstellen.

Ik wilde de trailer liever niet op voorhand zien, maar wie zijn nieuwsgierigheid niet de baas kan:

Gezien op 23/11 in Kinepolis Leuven