Franse humor in zwart-wit

Als de film niet op het programma had gestaan van mijn personeelsdag, dan had ik hem waarschijnlijk nooit gezien. Maar ik ben ontzettend blij dat dat wel het geval was. ‘Jour de Fête’ (‘feestdag’) is een zwart-witfilm uit 1949 met Jacques Tati in de hoofdrol. Tati was een Franse komiek, acteur en regisseur die van 1907 tot 1982 leefde. Hij speelde mee in zes langspeelfilms, waarvan ‘Les Vacances de Monsieur Hulot’ (1953) en ‘Mon Oncle’ (1958) de bekendste zijn. Typisch voor zijn films is het hoge slapstickgehalte. Hoewel de films tamelijk gedateerd zijn, blijven veel van de grappen overeind. Als je iets leert uit Tat’s films is het dat humor universeel is.

In ‘Jour de Fête’ speelt Tati een postbode die op een nogal chaotische feestdag de post probeert te bezorgen in een bescheiden dorpje op het Franse platteland. Maar dat gaat niet zonder moeilijkheden. Zijn hulp wordt ingeroepen om op het dorpsplein een vlaggenmast recht te zetten en enkele dorpsgenoten nemen hem te grazen bij een drinkspelletje. Met een stuk in zijn voeten probeert hij de brieven alsnog op hun bestemming te brengen, met enkele grappige scènes als gevolg.

Op YouTube zijn er enkele fragmenten van de film te vinden:

De films “Les Vacances de Monsieur Hulot” en “Mon Oncle” zijn zelfs integraal op YouTube te vinden:

Tati was niet alleen van groot belang voor de Franse cinema, maar hij heeft ook zijn stempel gedrukt op de komedie op internationaal vlak. Volgens de Nederlandstalige pagina over Tati op Wikipedia zou Rowan Atkinson zijn inspiratie voor het typetje van Mr Bean gehaald hebben bij Tati. En dat lijkt me te kloppen. Je kan Mr Bean beschouwen als een moderne interpretatie van de typetjes van Jacques Tati.

Meer informatie over Jacques Tati vind je onder andere hier: http://nl.wikipedia.org/wiki/Jacques_Tati en http://www.premiere.fr/Star/Jacques-Tati-101563.

Ik heb “Jour de Fête” gezien op 26 oktober 2013 in de Budascoop in Kortrijk.

Advertenties

Verliefd op een hartenbreker

Wie kent Don Juan niet? De hartenbreker bij uitstek die vrouwenharten sneller doet slaan, maar hen na zijn pleziertjes zonder scrupules snel de laan uit stuurt. Een casanova of vrouwenjager, waar we ook in het Nederlands de uitdrukking “hij is een donjuan” aan overhouden. Ik heb tijdens mijn studies “Dom Juan” van Molière gelezen en vond het een van de betere toneelstukken uit het zeventiende eeuwse Frankrijk. Ik was dan ook zeer benieuwd naar de opera die gebaseerd is op het legendarische personage van don juan: “Don Giovanni” van Wolfgang Amadeus Mozart.

Het was een uitvoering van een nieuw reizend operagezelschap “The Ministry of Operatic Affairs”, vorig jaar uit de grond gestampt door twee Belgen. Artistiek leider en dirigent Bart Van Reyn en theatermaker en acteur Korneel Hamers werken voor deze productie samen met “Le Concert d’Anvers” – een nieuw orkest uit Antwerpen – en het ensemble Octopus. Het lijkt alsof ze opera willen heruitvinden, want ze willen “de ‘klare lijn’” in opera brengen met “transparante ensceringen”.

En dat is wat mij betreft absoluut gelukt. Het decor en de kostuums waren eerder minimalistisch. En er was ruimte voor dramatiek, maar niet overdreven. Door de relatief jonge leeftijd van de solisten kreeg de vertolking iets puur en vernieuwend over zich heen. De muziek stond centraal, precies omdat er weinig afleiding was.

En die muziek is prachtig. Ik was echt onder de indruk van de eenvoud en tegelijkertijd sublimiteit van Mozarts interpretatie. En hoewel ik de opera nooit eerder (integraal) gezien of gehoord had, waren er heel wat passages die bij mij een belletje deden rinkelen. En bij jou ongetwijfeld ook.

– Leporello is de knecht van Don Giovanni. Hij probeert op een bepaald moment Donna Elvira – die ooit door Don Giovanni gedumpt is – te troosten door aan te tonen dat zij niet zijn enige slachtoffer is. In zijn lied “Madamina, il catalogo è questo” somt hij – per land – Don Giovanni’s veroveringen op.

(Dit is een willekeurig fragment dat ik op YouTube vond. Het komt niet uit de voorstelling van “The Ministry of Operatic Affairs”. Daar zijn (nog) geen fragmenten van te vinden. Wel zie je in deze drie voorbeelden goed hoe verschillend de interpretaties van de opera kunnen zijn).

– Don Giovanni draagt Leporello op om alle jonge vrouwen in het dorp te verzamelen en een groot feest te organiseren. Dat doet hij met “Fin ch’han dal vino calda la testa”.

– Zerlina is een van Don Giovanni’s slachtoffers. Hij wist haar te verleiden op haar huwelijksdag. Op het moment dat ze haar vergissing inziet, smeekt ze haar verloofde Masetto om haar terug te nemen: “Batti, batti, bel Masetto”.

“Don Giovanni” is een van de meest uitgevoerde opera’s ter wereld. Iets wat Mozart zelf nooit had durven dromen. De opera werd voor het eerst in Praag opgevoerd in 1787. Maar de opera sloeg niet aan bij het publiek in Wenen en werd in die tijd maar enkele keren opgevoerd. Ik ben alvast ontzettend benieuwd naar die twee andere grote Italiaanse opera’s van Mozart: “Così fan tutte” en “Le nozee di Figaro”.

Meer informatie over “The Ministry of Operatic Affairs” vind je hier: http://ministryofoperaticaffairs.be/the-ministry-2.html

Gezien op 24/10/2013 in de Schouwburg van Leuven.

Shakespeare op z’n Cassiers

‘MCBTH’ is de nieuwste productie van het Toneelhuis en LOD muziektheater, in een regie van Guy Cassiers en met muziek van Dominique Pauwels. Cassiers herleidde William Shakespeares verhaal tot wat voor hem de essentie is, een spel tussen vijf personages: Macbeth (Tom Dewispelaere), Lady Macbeth (Katlijne Damen), koning Duncan I van Schotland (Vic De Wachter), Macduff (Johan Van Assche) en Banquo (Kevin Janssens). Een spel dat gedreven wordt door macht en waanzin. Het resultaat is ‘MCBTH’, Shakespeares Macbeth ontdaan van alle “overbodige” intriges waardoor enkel nog de focus op Macbeth overblijft.

Een voorstelling van Cassiers is geen gewone theatervoorstelling. Cassiers heeft een zeer bijzondere, eigen stijl die een productie vanaf de eerste minuut doordrenkt. Maar voor Cassiers aan bod komt, is een verduidelijk over het hedendaagse theater misschien wel op z’n plaats.

Wie vandaag naar het theater gaat, mag niet verwachten dat hij een duidelijke verhaallijn voorgeschoteld krijgt met acteurs die eenduidige rollen vertolken – in een traditioneel kostuum dat die rol ondersteunt – en die zich bovendien emotioneel inleven in die rol en dat in een realistisch decor. Dat vind je nog in het amateurtoneel, maar nauwelijks nog in het profesionele theater. Dat tijdperk is voorbij. Letterlijk. Nu zie je postdramatisch theater.

Post-drama. Voorbij het drama. Het gaat niet langer om acties of om een verhaal met een begin en een einde. Betekenis wordt in vraag gesteld. Het paradoxale, onzekerheid en het extreme krijgen de bovenhand. En dat kan zich heel concreet uiten in een focus op het lichamelijke, bijkomende visuele triggers, gelijktijdigheid van verschillende “gebeurtenissen” op de scène, een nadruk op het fictieve karakter van de voorstelling… en/of in een muzikalizering.

Cassiers’ stijl past binnen deze context. Hij kiest voor bestaande “verhalen” met een dubbele bodem, doordrenkt met bijvoorbeeld politieke ambities, waanzin, angst, macht, misdaad… En die “verhalen” schilt hij, schil voor schil, tot hij bij de kern – de grote emoties in hun pure vorm, de paradoxen – belandt. En het zijn die emoties, paradoxen en/of echte tegenstellingen die hij in zijn voorstelingen blootlegt, in vraag stelt. En daarbij gebruikt hij projecties, een spel met licht en structuur. En in deze productie ook een muzikalisering.

Drie zangeressen vertolken de rollen van de heksen die Macbeths hoofd in het prille begin op hol brengen door te suggeren dat hij koning wordt. En zij worden bijgestaan door verschillende muzikanten (fluit, klarinet, percussie, viool, altviool, cello…). Aanvankelijk is de muziek een bijkomstigheid. Een illustratie van het gesproken woord. Maar naarmate de voorstelling vordert, ondersteunt de muziek het gesproken woord, versterkt het en verdrijft het zelfs naar het einde toe. De rede (het gesproken woord) maakt plaats voor de waanzin (het gezongen woord).

Muziek en tekst vormen in deze voorstelling een geheel. En dat heeft als effect dat deze productie een van Cassiers meest tastbare producties is, een van de meest be-grijp-bare. Het verhaal is natuurlijk heel duidelijk. Nadat Macbeth van de drie heksen heeft gehoord dat hij voorbestemd is koning te worden, neemt hij het heft in eigen handen. Door zijn verlangen naar het koningschap en meer macht (een verlangen dat gevoed wordt door zijn vrouw) vermoordt hij de huidige koning om diens opvolging (door hemzelf) te versnellen.Maar eens koning voelt hij zich bedreigd door andere mannen met macht in zijn omgeving, en uit angst blijft hij moorden. Tot al die moorden hem (en zijn vrouw) tot waanzin drijven. Maar door zijn regie slaagt Cassiers erin het verhaal naar de achtergrond te dwingen, en de emoties op de voorgrond te brengen. Emoties die precies worden versterkt door de muzikalisering in de eerste plaats, en projecties en een spel van licht op de tweede plaats.

Een productie van Cassiers is een beleving. Een beleving die je nadien meerdere keren opnieuw beleeft. Omdat het je aanzet tot nadenken, tot het willen begrijpen. Maar dat gaat niet vanzelf. Er waren verschillende scholieren bij de voorstelling. Wat mogelijk een vergissing is van hun leerkracht in kwestie. Want Cassiers is niets waaraan je zomaar begint. Je hebt wat opwarming nodig.

En daar is niets hautain aan. Ik heb al heel wat voorstellingen gezien, ook van Cassiers. En dit is de eerste keer dat ik erg enthousiast ben. Over de hele voorstelling. En dat is misschien het geval omdat het wat tijd nodig had, of omdat ik wat tijd nodig had. Dus gewoon een tip: best eerst even wat andere theaterervaring opbouwen, voordat je aan zo’n taaie begint🙂.

Anne Sofie von Otter

“De Zweedse mezzosopraan Anne Sofie von Otter geldt als één van de beste solisten van haar generatie en beschikt over één van de mooiste stemmen van deze wereld.” * Als ik zoiets lees, ben ik benieuwd. Ik was dan ook bereid me totaal te laten verrassen door haar concert in de BOZAR in Brussel afgelopen zaterdag.

von Otter zong de “Chants d’Auvergne” van Joseph Canteloube. Canteloube was een Franse componist die geboren werd in 1879 in de Ardèche, en overleed in 1957. De “Chants d’Auvergne” (“liederen van Auvergne”, een andere streek in Frankrijk die wat noordoostelijker ligt en waar Chanteloubes familie oorspronkelijk vandaan kwam) is zijn bekendste werk en is een vijfdelige volksliedcyclus. De onderwerpen van de liederen verschillen, maar verwijzen allemaal naar het leven in de bergdorpjes.

“Herderslied uit de Haute-Auvergne”, “Het bronwater”, “De spinster”, “Het meisje dat in de steek gelaten is”, “De bultenaar” en “De koekoek”. von Otter bracht enkele fragmenten uit de liedcyclus, die luchtig waren en qua sfeer deden denken aan de bucolische poëzie (i.e. herderspoëzie) van Vergilius. Er is een fragmentje uit “De koekoek” te vinden op YouTube.

Door die luchtigheid en eenvoud kon von Otter zich helaas niet ten volle tonen (en vooral laten horen) als zangeres. Ook was het een ontzettend kort optreden. Ze heeft niet langer dan een halfuur gezongen. Maar als kennismaking kon het in elk geval tellen.

*http://www.brusselsphilharmonic.be/solisten/2013-14/anne-sofie-von-otter/

Mijn vonnis over “Het vonnis”

“Het vonnis” loopt sinds afgelopen woensdag officieel in de cinemazalen. Het is de nieuwste film van Jan Verheyen over een man (Koen De Bouw) die na de dood van zijn vrouw en dochtertje door justitie in de steek wordt gelaten en het heft in eigen handen neemt.  Daardoor raakt hij zelf betrokken in een assisenzaak, doelbewust, want hij wil “een circus” om het falen van de rechtsstaat aan de kaak te stellen.

Vlaamse films zijn doorgaans niet mijn favoriet. De acteerprestaties moeten al verdomd goed zijn voor het verhaal die glans van geloofwaardigheid over zich heen krijgt, die voor bijvoorbeeld een Amerikaanse film evidenter is. En vaak laat het beperkte budget zich voelen doorheen de verhaallijn. Op enkele uitzonderingen na natuurlijk, zoals onlangs nog “The Broken Circle Breakdown” en wat langer geleden “Hasta la Vista” en “Loft”.

“Het vonnis” is niet zo’n uitzondering. Misschien waren de verwachtingen wat te hooggespannen, verwachtingen die door Jan Verheyen zelf gecreëerd zijn. Maar het is simpelweg geen topfilm. De acteerprestaties zijn goed. Koen De Bouw weet bij momenten echt te overtuigen en te ontroeren, maar Veerle Baetens is overtuigender als ietwat marginale moeder vol tattoos dan als bloedserieuze advocate in toga. Het verhaal is mooi in beeld gebracht, knappe montage met soms redelijk originele camerastandpunten. Maar het is en blijft een redelijk traditionele film.

Waarom de film dan wél de moeite is? Het verhaal en de relevantie ervan. Verheyen bekritiseert de gevolgen die een simpele procedurefout kan hebben, door de kijker te confronteren met de absurde realiteit in zo’n geval. Hij sluit de film zelfs op belerende toon af met concrete cijfers over het aantal procedurefouten in ons land.

Mensen vs. Salamanders

Hij is door de Tsjechen uitverkozen tot grootste Tjsechische schrijver. En hij werd in de jaren dertig genomineerd voor de Nobelprijs Literatuur. Karel Capek deed tot voor kort bij mij geen belletje rinkelen, maar doet dat nu des te meer.

Oorlog met de Salamanders uit 1936 zou een inspiratiebron geweest zijn voor George Orwells Animal Farm. En dan weet je eigenlijk genoeg: het verhaal gaat over dieren die de macht willen grijpen. Maar de manier waarop Capek zijn verhaallijn uitwerkt, is zo consequent, uitgewerkt tot in de details, dat je volledig in zijn Salamanderwereld wordt meegezogen. Bovendien doet het boek qua schrijfstijl én inhoud ontzettend hedendaags en modern aan. Niets (of weinig) doet vermijden dat het boek al in 1936 werd gepubliceerd.

Waarom het mogelijk de eerste keer is dat je van deze “klassieker” hoort? Het boek werd pas in 2011 vertaald naar het Nederlands. En, eerlijk toegegeven, het is dankzij het zomerboekenprogramma van Friedl Lesage dat ik voor het eerst over Capeks boek gehoord heb. Kristien Bonneure raadde het aan als boek dat niet in de vergetelheid mag geraken. Misschien zijn de andere tips in doofpotliteratuur ook de moeite waard! Je kan zelf eens kijken op http://www.radio1.be/programmas/een-zomer-boeken/een-zomer-boeken-doofpotliteratuur .

Over het verhaal zelf wil ik niet al te veel kwijt. Ik vond dat Kristien Bonneure net iets te veel verklapt had. (Net als de korte review op cobra.be http://www.cobra.be/cm/cobra/boek/1.1692590) Het verhaal is ontzettend goed geschreven, maar voor emotionele inleving moet je het niet doen. Het is redelijk sec en vanuit verschillende perspectieven (en in aangepaste stijlen) geschreven. De maatschappijkritiek stemt je tot nadenken en om die reden is deze roman onmisbaar voor de liefhebber van anti-utopieromans zoals 1948, Animal Farm, Brave New World…