Tovenaar zonder magie

Maandag 26 augustus 2013 maakte ik een uitstap naar het Donkmeer in Berlare. Niet voor het mooie weer of de horeca errond, maar voor de openluchtmusical “The Wizard of Oz”. Ik ben nu eenmaal een fan van musicals én een openluchtgebeuren heeft toch altijd net dat tikkeltje méér. Dacht ik.

De musical was een tegenvaller. Op verschillende vlakken. Ten eerste ben ik er bijna zeker van dat de volledige musical (tekst én zang) op voorhand is ingesproken en ingezongen en dat er tijdens de voorstelling enkel een cd werd afgespeeld. De lipbeweging van de acteurs kwam niet overeen met de woorden die je hoorde en hun gebaren waren niet synchroon met de accenten in de zinnen. Toegegeven: de zang was niet slecht, verre van. Hoewel de liedteksten allemaal (redelijk letterlijk) uit het Engels werden vertaald, weergalmden de noten mooi over het Donkmeer. Maar de geloofwaardigheid, de authenticiteit, de “magie” (die zo inherent zou moeten zijn aan het verhaal) was meteen weg van zodra je doorhad dat alles werd uitgebeeld. Zelfs het hondje van Dorothy was een pluche beest (op 10 minuten van de voorstelling na) dat tijdens zijn mechanisch geblaf doods in de armen van de acteurs lag.

En dat brengt mij bij de tweede gemiste kans van de voorstelling: doordat de musical herleid werd tot een “uitbeelden”, kreeg het iets slapstickachtig. Daarbij kwam nog de heel flauwe humor, op het niveau van de versprekingen van Samson in Samson & Gert en mopjes die zo uit FC De Kampioenen geplukt zouden kunnen zijn. Ik voelde me op bepaalde momenten werkelijk gestrand in een slechte Studio 100-show. Want dat moet het doelpubliek wel zijn (als de organisatie wil dat de toeschouwers tevreden huiswaarts keren): kinderen en seniele senioren. Die laatsten (senioren, niet de senielen) waren trouwens opvallend goed vertegenwoordigd in het publiek. Misschien moet ik mijn volgende openluchtmusical nog enkele decennia uitstellen?!

Of ik dan echt niet genoten heb? Toch wel, ik heb de voorstelling uitgezeten, en niet zonder reden. Het decor was mooi. Doordat de scène gedeeltelijk op het water lag, konden op verschillende momenten tijdens de show nieuwe décorelementen (letterlijk) komen “aangedreven”. Het openluchtaspect kwam dus echt tot zijn recht. Tijdens de musical waren er verschillende verrassende wendingen: gebouwen die uit het niets opdoken, water dat plots als een waterval naar beneden stroomde, een kasteel van de boze heks dat verscheen, wat vervolgens omgetoverd werd tot de grot van de tovenaar… En als kers op de taart werd er wel twee à drie keer vuurwerk afgeschoten. Hoewel ik dat meer interpreteerde als het bijtanken van wat magie die op de scène volledig ontbrak…

En de kostuums, die waren – dat moet ik wel toegeven – ook mooi. Verrassend ook hoe de vele figuranten en dansers in verschillende outfits maar toch in volledige harmonie op de scène konden verschijnen.

Maar voor het décor en de kostuums ga je natuurlijk niet naar een musical. Je wil kippenvel krijgen van de solo’s van de hoofdrolspelers, ontroerd worden door hun inleving – die (zelfs) door de muzikale tekst tot uiting komt, de onbedwingbare drang krijgen om mee te zingen, zin krijgen om de muziek thuis op te zoeken… Zelfs de slotscène (vaak een majestueuze samenzang van de volledige cast) kon de teleurstelling niet goedmaken. Want er was helemaal geen slotlied. Dorothy hield het voor bekeken met de eenvoudige conclusie: “Het is nergens zo goed als thuis.” Wel, daar kan ik in het vervolg ook gewoon even mijn televisie voor aanzetten rond 20u15. Met een titelsong die met meer inleving gezongen wordt dan de holle klanken en woorden van “The Wizard of Oz”.

Advertenties